Weblog van Chrétien Breukers

Voor de verre prinses, tweede vervolg

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 31/01/2019

Op 18 februari 2018 schreef ik dit: ‘Een jaar geleden verscheen Voor de verre prinses, een bundel liefdesbrieven bij gedichten. Ik heb een paar keer geprobeerd om een ‘vervolg’ te schrijven. Blijkbaar had ik er een jaar voor nodig. Dit is of de eerste brief van een vervolg, of de slotbrief. Of misschien is de tekst wel iets anders.’  Dat vervolg staat hier >> Vandaag, op de altijd zo moedeloos makende Gedichtendag, een nieuw vervolg.

Zieken

Soms denk ik dat het niet meer om u gaat
en loop u in mijzelve kwijt te raken.
Maar in de muren vallen grote gaten;
verderf-engel die niemand overslaat.

Een doorkijk in een straat is een visgraat.
Grondroosters vreten weg. De voeten haken.
Groen zien de brievenbussen en naamplaten,
waarop geen letter meer te lezen staat.

Dood overal; skelet van stad die sterft,
omdat het leven overbodig wordt
zonder uw tred tegen de gevels aan.

Wanneer uw beeld van binnen uit bederft,
moeten mijn verzen als een huis vergaan
waarvan de zolder in de kelder stort. (more…)

In de metro (29; in de trein van Schiphol naar Den Haag)

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 30/01/2019

In de trein van Schiphol naar Den Haag verbaas ik me over de mooie nieuwe treinen die de NS blijkbaar heeft gekocht. Het geheel ademt een zinloze, en daarom hoge, vorm van ontwerpen uit. Je kunt er eigenlijk niks mee, met deze trein, behalve er in zitten en je redelijk comfortabel naar je eindpunt laten brengen. Deze trein is als een leven zonder wrijving en daar kan ik een half uur wel tegen. Naast me zit een man. Er groeien witte haren uit zijn neus. Als ik niet te vaak kijk, blijft mijn stemming onaangetast. Tot hij een appel uit zijn tas haalt en die een seconde of dertig opwrijft aan de mouw van zijn jas. (more…)

In de metro (28)

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 25/01/2019

In de metro zit een vrouw die niet in de gaten heeft dat de rits van haar broek los is. Ik kan er niks aan doen, ik moet kijken. Het is een beetje als het lezen van een boek van (naam invullen): je wilt niet, maar er is niks aan te doen. Achteraf voel je je alsof je drie gebakjes in vijf minuten naar binnen werkte. Het is geen kijken meer, welbeschouwd, het is het opslorpen van een gebeurtenis die alleen maar gênant is omdat jij kijkt. Verder is iedereen lekker met zijn eigen drie gebakjes bezig. Uitstappen doet ze ook al niet. (more…)

Flitsen van een leven op social media

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 23/01/2019

Met de maan in je sterrenbeeld sta je (nog tot maandagmiddag) volop in de astrologische schijnwerpers. Je bent zó charmant dat je alles voor elkaar kunt krijgen en iedereen om je vingers kunt winden. Use it wisely, Ram.

Judith (52) vindt sterven vooral heel eenzaam. ‘Als je niet loslaat, kun je niet doodgaan.’

We dachten dat het om een glazen kooi ging, maar het blijken plots twee betonnen constructies te zijn. (more…)

Tsead Bruinja, wijntje & weedje

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 18/01/2019

Van weinig dingen heb ik spijt, maar dat ik me ooit voor het karretje van Tsead Bruinja’s campagne om Dichter des Vaderlands te worden heb laten spannen: daarvan heb ik spijt. Het waren de tijden waarin mijn weblog De Contrabas bloeide, als een plantje midden in de zomer. Het was eind 2008, begin 2009. Die spijt vlamde weer even op toen ik vanochtend dit bericht las. Het is Tsead toch gelukt om Dichter des Vaderlands te worden. De aanhouder en netwerker wint.

‘Inclusiviteit vind ik belangrijk en ik schat in dat dat zich vertaalt in een menselijke invalshoek voor de gedichten. Ik wil de menselijke kant van de zaak belichten, zoeken naar een nuance.’ De Tsead Bruinja van 2008, die via een internetstemming wilde winnen, had nog niet zo veel inhoud. Die Tsead was nog lekker bezig met podiumpoëzie, en tijdens of voor optredens stelde hij zich tevreden met een wijntje en een weedje. Daarom klonk hij in die tijd ook zo vaag. Dat was geen Fries, dat was Weeds. (more…)

Fragment uit Romanschrijver van beroep door Haruki Murakami

Posted in Fragment, Fragment of citaat by Chrétien Breukers on 15/01/2019

Het duurde even voordat ik tot Haruki Murakami werd bekeerd. Het leek me een bezoeking, het lezen van die platgeslagen boeken. Tot ik op een dag ‘niks te lezen’ had en Kafka on the shore kocht. Ik was… onder de indruk. Ik ben nooit echt een aficionado geworden, maar ik lees nu wel af en toe een boek van hem, meestal in het Engels. Het heeft wat, die mengeling van dromen, verhalen, semi-filosofische beschouwingen en gemijmer over het verleden, muziek en nog van alles. Murakami schrijft heel erg effectief, en hoewel hij soms dingen zegt waar de gaten in je sok van dichttrekken, zo irritant: echt lang boos kun je nooit op hem zijn.

In Romanschrijver van beroep probeert Murakami terug te keren tot de bronnen van zijn schrijverschap. Echt het achterste van zijn tong laat hij niet zien. Dat lijkt hij gewoon niet te willen. Hij bouwt vrolijk voort aan de mythe die hij om zichzelf heen bouwde, een mythe die aan elkaar hangt van onverklaarbare maar zeer sterke drijfveren, berekening en eindeloos veel (Japanse?) distantie. Mooi is de manier waarop hij beschrijft hoe hij, dankzij een bijna goddelijke ingeving, tot het schrijverschap kwam. Hij bezocht een honkbalwedstrijd en dacht, toen er een mooie bal werd geslagen, ‘oké, misschien kan ik ook wel een roman schrijven.’ Te mooi om waar te zijn en daarom waarschijnlijk waar.

Dat deed hij vervolgens. Maar het ging niet zomaar: (more…)

Fragment uit: Twee zomers van Erik Orsenna

Posted in Fragment, Fragment of citaat by Chrétien Breukers on 13/01/2019

Een meanderende roman, zo wordt Twee zomers van Erik Orsenna, vertaald door Marijke Arijs, op de website van uitgeverij Vleugels genoemd. Dat klopt, en klopt niet. Ik vind de roman meer iets weg hebben van de golfslag om een eiland; het is dan ook niet toevallig, denk ik, dat het verhaal zich op een eiland in Frankrijk, of voor Frankrijk, afspeelt. Waar dat verhaal over gaat? Dat is een interessante vraag, waar ik niet helemaal antwoord op kan geven.

We maken kennis met een voormalige minnaar of lieveling van Jean Cocteau die op het eiland bezig is met de vertaling van Ada van Vladimir Nabokov. Omdat hij jaar in jaar uit de deadline niet haalt, wordt de hulp ingeroepen van alle eilandbewoners en eilandgasten die Engels spreken. We maken kennis met vaste eilandbewoners, met een mevrouw De Saint-Exupéry, met meneer Fernández, met de postbode en twee oma’s, die Marguerite en Colette heten; we volgen de periode van twee zomers, waarin het iedereen wel, of misschien toch niet, lukt om Ada vertaald te krijgen. We maken, ook, kennis met een ik-persoon en met een uit het gehate Parijs overgekomen assistent-uitgever, die het manuscript aan de vertaler(s) probeert te ontfutselen.

Het verhaal is, wil ik maar zeggen, niet zo 1, 2, 3 samen te vatten. Aan het eind weet je nog niet wat je precies gelezen hebt, waardoor je het boek gelukkig moet herlezen. De roman is er gewoon, ongeveer zoals een eiland nergens begint en nergens eindigt en toch een grens heeft. Een cirkel van twee seizoenen groot. Twee zomers is een heerlijk boek!

Oh ja. Er wordt een mooie ‘traditie’ beschreven, die iets te maken heeft met het vangen van schaaldieren én met het loslaten van allerlei hinderlijke gewoontes, het claustrofobische leven op een eiland eigen. Een letterlijke uitbraak dus. Dat is het onderwerp van het hieronder gegeven fragment:  (more…)

Wilhelm Genazino (1943-2018)

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 12/01/2019

‘Wenig später drängt mir die Eigenart des Lebens eine innere Stummheit auf. Ich höre jetzt nur noch das Wehklagen meiner ratlosen Seele. Sie möchte gern etwas erleben, was ihrer Zartheit entspricht, und nicht immerzu dem Zwangsabonnement der Wirklichkeit ausgeliefert sein. Ich beschwichtige meine Seele und schaue mich nach geeigneten Ersatzerlebnissen um. Aber die Wirklichkeit ist knauserig und weist das Begehren meiner Seele ab.’

Tagged with:

In de metro (27)

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 11/01/2019

Mijn kapster zit in de metro. Ze heet Marika. Ze haalt haar handen door mijn kuif en zegt dat ik snel langs moet komen. Dit kan echt niet meer. Ik heb mijn haar nu korter dan ooit, of in elk geval korter dan ooit in de afgelopen vijfentwintig jaar. We zijn allebei op weg naar halte Nové Butovice. Als we uitstappen, zegt ze: ‘Loop even mee.’ Ze werkt in het winkelcentrum, niet ver van mijn huis, bij For Hair. Een goede naam, voor een kapperszaak. Ik loop even mee, het is helemaal niet corny of cheesy. Ik loop mee met mijn kapster naar haar werk. Mijn kapster is bijna knap. Als ze iets meer op een knappe vrouw had geleken dan ze nu doet, was het goed geweest. Ze praat tegen me en ik zeg soms, ‘no no no.’ Dat betekent ‘ja ja ja.’ (more…)

Houden van Simon Carmiggelt

Posted in Dagboek, Lezen by Chrétien Breukers on 09/01/2019

Ooit, tot kort geleden, hield ik van het werk van Simon Carmiggelt. Ik kocht zijn werk bij de kringloopwinkel, voor 1 euro per boek, en bewonderde zijn… ja, wat bewonderde ik eigenlijk? Daar kon ik geen antwoord op geven toen een vriend, iemand die ik goed ken en wiens oordeel ik accepteer, het aan me vroeg. Ik bracht nog net uit dat ik Carmiggelts stijl… waardeerde. ‘Te koket,’ zei die vriend, die soms verrassend kort door de bocht kan komen voor iemand die in wezen heel subtiel en gevoelig is. Nu is diezelfde persoon een liefhebber van Nescio. Als ik één schrijver ooit koket heb gevonden, en redelijk onecht, is het Nescio. Dus ik kon zijn negatieve oordeel een een tijd links laten liggen. Tot ik op DBNL het boek Ik lieg de waarheid aanklikte. Een keuze uit ‘de beste Kronkels’, samengesteld en ingeleid door Sylvia Witteman. (more…)