In de metro (24)

Mijn onderbuurman zit in de metro. Hij is poppenmaker. Ik ben één keer in zijn atelier geweest. Vier poppen, bestelling van een vakman die zijn voorstellingen in een klein theater in het centrum doet, hingen aan een draad te wachten op ‘my finishing touch’. De ruimte lag vol met beitels, hamers, vijlen, zaagjes en mij onbekend gereedschap. De literatuur leerde me het onderscheid zien tussen schijn en wezen. Toch leken het vier geëxecuteerde mini-mensen. Mijn onderbuurman gaf ze een zetje, liefdevol. Dode lijven, bungelend, langzaam weer tot stilstand komend. 

Ik vraag hem of de handel goed gaat en hij lacht. De handel gaat goed. Straks is het Kerstmis. Hij heeft te eten. Wat willen we nog meer? Een goede vraag. Wat willen we nog meer? Samen kijken we naar een heel erg donkere man die een kooi met daarin een groene parkiet vervoert. De man draagt een lichtblauw overhemd dat een beetje licht geeft. De kleuren steken mooi bij elkaar af. De parkiet kijkt niet om zich heen. Zijn blik is gericht op de korrels onderin de kooi. Mijn onderbuurman zegt dat hij geen moeite zou doen voor een parkiet. Dierenartsen zijn oplichters. De donkere man kijkt op, en zwijgt. De parkiet lijkt heel even te zuchten. Ik kijk de donkere man heel neutraal aan, hopelijk begrijpt hij dat ik het niet met mijn onderbuurman eens ben.

Ik denk aan de kat waar ik op moest passen, jaren geleden. De eigenaren van die kat waren op sentimentele maar niet helemaal oprechte wijze aan het dier verknocht en gaven honderden euro per maand uit aan het hartmedicijn dat hij moest slikken. Het was een schrikachtige, een beetje sukkelige kat. Hij leek wel psychotisch, soms. Op een dag trof ik het beest aan, liggend op de deurmat. Het ademde zwaar. Er was iets niet goed, hij had duidelijk pijn. Ik belde de dierenarts. Die wilde dat ik langs zou komen. Waarschijnlijk liepen zijn longen vol vocht, een onomkeerbare kwestie, eindigend in de dood.

Ik belde een van de eigenaren. Hij zei: ‘Oh ja, hij lag vanochtend al dood te gaan. Ik had geen tijd om hem naar de dierenarts te brengen. Ik denk dat hij vanmiddag wel dood is. Of wil jij hem nog even wegbrengen? Ik betaal het later terug.’ Ik zei dat ik de kat niet zou wegbrengen om hem te laten afmaken. Het was hun kat. Zuchtend zei de man dat hij het dan wel zelf zou doen, al had hij het er te druk voor. Sentimentele mensen, daar moet je mee uitkijken. Voordat je het weet, lig je zelf op de deurmat. Wachtend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s