In de metro (22)

In de metro zit een dwerg. Ik weet niet of je het woord ‘dwerg’ nog mag gebruiken, maar hij is wel een dwerg. Hij draagt een felgeel jack en een zwart-wit-rode muts met afbeeldingen van Darth Vader erop. Het is een vrolijke knaap. Hij lacht vaak, vooral als zijn naast hem zittende oma iets zegt. Zij lacht niet, zij is nog een Tsjechische van de oude stempel. Elke keer als de dwerg lacht, kijkt ze om zich heen.

Ik denk aan de aflevering van The Story of Film, an Odyssey die ik deze week zag, nummer vijf, waarin (onder meer) het Italiaanse neorealisme van net na de Tweede Wereldoorlog wordt behandeld. Ik denk eraan dat ik zo’n enorme hekel heb aan dat neorealisme en probeer er achter te komen waaróm. Het heeft iets te maken met de ‘echtheid’ van die films. Zoiets wordt een nieuwe vorm van fictie die zich beroept op een werkelijkheid die alleen kan bestaan als een construct, luister, de remmen van deze metro piepen, we lijken wel uit te glijden, we staan plotseling stil, de dwerg valt bijna van zijn stoeltje en kraait het uit. Oma kijkt alsof iemand voor haar ogen bezig is zich op te hangen.

Ik denk aan Angelique, een serie televisiefilms uit de jaren zestig, die ik begin jaren zeventig zag. Het hoofdpersonage erin maakte van alles mee in een semi-historische setting. Alles aan de serie was fake (F for fake, ik ben altijd meer een liefhebber van Orson Welles geweest dan van Roberto Rossellini), wat ik nog niet kon zien. Ik denk aan die keer dat Angelique bij een Arabische sultan was, als blanke slavin misschien, en om allerlei redenen moest worden gestraft. Weken was ik hierna van slag. Niet omdat Angelique werd geslagen, maar omdat de scene waarin dit gebeurde mij opwond, al kon ik ook die opwinding toen nog niet goed zien. Ik werd erdoor overweldigd.

In de metro begint iemand plotseling te zingen. Een Tsjechisch liedje dat ik niet ken. De dwerg zingt mee en beweegt een beetje op zijn stoel, als een jood die aan de klaagmuur staat. Hij valt elke keer net niet voorover. De oma zoekt iets in haar tas. Een zakdoek. Ze snuit haar neus. Voordat ik uitstap, lach ik naar de dwerg. Hij heeft wel door dat mijn lach een beetje gemaakt is en slaat zijn ogen neer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s