‘Boer Zoekt Vrouw’ en het geluk van Steffi (en Paul Verhaeghe)

Foto: website BZV

Boer Zoekt Vrouw gaat over ongelukkige mensen. Daarom was het gisteren even schrikken toen boerin Steffi en haar beoogde vriend stapelverliefd op elkaar bleken te zijn. De geest ging uit de fles en we waren getuige van een robbertje wederzijds wegsmelten. Gelukkig werd er in de andere boerderijen ouderwets getobd en geleden. Het moet niet te gek worden. Voordat je het weet kan niemand zich meer vinden in het programma. Dan is het afgelopen met dat nare gekras en gekrijs van Yvon Jaspers.

Ik las een interview met Paul Verhaeghe. Hij heeft weer eens een nieuw boek geschreven. Verhaeghe is één van die hogepriesters van de ziel, die tegenwoordig over ons willen waken. Dirk De Wachter is een andere. Net als De Wachter weet Verhaeghe precies hoe we ons hebben te schikken in het onvermijdelijke: dat het leven tegenvalt en dat je soms een beetje water in de wijn moet doen en dat geluk net zo lang is, als breed; ik moest wel even lachen om de intro van het geheel: ‘Hij hoort veel vrouwen en steeds meer mannen in zijn consultaties klagen: ‘‘Ik verlang naar intimiteit en het enige wat ik krijg, is seks.’’ In zijn nieuwe boek Intimiteit legt hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe uit hoe we op dit vreemde punt beland zijn.’

Verhaeghe heeft blijkbaar patiënten die geen vaste relatie hebben, of hebben gehad.

Ik ken heel veel mensen die, als je het op een conventionele manier bekijkt, niet gelukkig zijn. De Wachter en Verhaeghe zouden wel iets aan die mensen kunnen versleutelen. Bovendien zouden die mensen, mijn vrienden en vriendinnen, een beetje (of veel) water bij de wijn moeten doen. Psychiaters als De Wachter en Verhaeghe zijn de voorvechters van één grote mal, waar iedereen uiteindelijk in moet pakken. Ook is de maatschappij ziek, en moeten we terugkeren naar de waarden van ooit, vroeger zeg maar, om weer een beetje mens te kunnen worden. Dat de beide heren gewoon ouder worden en het niet meer zo zuiver zien, is blijkbaar geen optie.

Vandaag liet ik mijn haar knippen. Mijn vaste kapster had een blauw oog. Dit leidde me terug naar de tijd waarin ik ook wel eens een blauw oog had, of krassen over mijn gezicht. Mijn kapster leek niet ongelukkig. Net als altijd hing er iets in de lucht. Maar wat? Ze masseerde mijn nek, deed mijn wenkbrauwen en bleef om-en-om aan de haartjes bij mijn slapen prutsen tot ik de afdruk van haar dijen zowat in mijn schouders had staan. Nadat ik was geföhnd en alles uit alle hoeken had mogen bekijken, zei ze: ‘Měkké vlasy.’ Dat klopt. Ik heb zachte haren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s