In de metro (17)

In de metro staat een vrouw die een gewatteerd winterjack draagt. Buiten is het vijfentwintig graden. Als ze haar armen omhoog doet om de stang boven zich vast te pakken, zie ik de zweetvlek in haar oksels. Dat zweet is door dat jack heen gedrongen. Aan de randen is de vlek al wit. De vrouw ziet er niet uit alsof ze het erg warm heeft. Wel heeft ze haar haren geverfd. Niet lang geleden. Bruin. De kleur past net niet bij die van het jack. Doorgaan met het lezen van “In de metro (17)”

Fragment uit City of Glass

Een wat vereenzaamde man, Daniel Quinn, midden-dertiger, schrijft onder het pseudoniem William Wilson detectiveromans. Niemand weet dat Quinn onder die schrijfnaam opereert. Ooit was hij dichter en essayist, maar na de dood van zijn vrouw en zijn zoon heeft hij die carrière stopgezet. Op een dag wordt hij gebeld door Peter Quinn, die op zoek is naar de privédetective Paul Auster. Quinn besluit nog een pseudoniem aan te nemen en beweert Auster te zijn. Uit dit gegeven groeit City of Glass (1985) – en eigenlijk ook het hele schrijverschap van Paul Auster, dat toen nog pril was.

Na City of Glass schreef Auster nog Ghosts en The locked room (allebei gepubliceerd in 1986). Deze drie boeken werden in één band samengebracht onder de titel The New York Trilogy. Daarna schreef hij nog veel meer, soms goede boeken, soms minder goede boeken, maar zo spot on als in deze drie boeken werd het niet meer (vind ik). Voordat hij City of Glass publiceerde, debuteerde Auster in 1982 met het autobiografische essayboek The invention of sollitude. Daarvoor had hij al wat dichtbundels geschreven. In 1984 debuteerde hij als schrijver van een detectiveroman, Squeeze Play. Die verscheen (uiteraard) onder een pseudoniem: Paul Benjamin. In 1985 debuteerde hij dus definitief; en die oerknal is nog niet uitgewerkt. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit City of Glass

Fragment uit Written on the body

Weinig boeken gaan een leven lang mee. Written on the body van Jeanette Winterson lees ik nu al sinds 1992, eerst in de Nederlandse vertaling, toen in het Engels; elk jaar wel een keer, en elk jaar vind ik het nog steeds een mooi boek, iets wat weinig voorkomt. Niet veel boeken redden het zesentwintig jaar. De roman is als een heel lang gedicht waarin steeds meer ‘waarheid’ te vinden is.

Winterson houdt de toon die ze in het begin aanslaat vol, elke zin heeft een noodzakelijkheid alsof hij niet zozeer op de huid is geschreven maar erin is gekerfd. De citaten hieronder zijn de openingsalinea’s en het slot van de roman. Written on the body is een studie naar verlangen en naar de rol die het verhaal, of de taal, daarin speelt. Met die inzet zijn veel ongelukken gebeurd. Maar Winterson deed er iets magisch’ mee, alsof ze het programma van Roland Barthes, neergelegd in zijn liefdesboek, ten uitvoer bracht in fictie. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Written on the body

Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur

Toen ik in de jaren negentig Amsterdam woonde, kwam Dirk Ayelt Kooiman altijd in twee kroegen bij mij in de buurt: Gambrinus en De Duvel. Hij was er bijna alle dagen, staand aan de hoek van de bar, dicht bij de deur. Alsof hij elk moment wilde kunnen vertrekken. Nienke van De Duvel, hopelijk is ze nog steeds goed gezond en heeft haar blozende gestalte alle stormen doorstaan, wist dat hij een hele route had, — en overal dronk hij maar één glas bier. Hij was altijd alleen. Als hij door iemand aangesproken werd, begaf hij zich – heel kort – in een gesprek. Daarbij keek hij alsof hij door een onzichtbare beul met een gloeiende tang werd gemarteld.  Doorgaan met het lezen van “Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur”

Fragment uit In watermelon sugar

Richard Brautigan stierf in 1984. Een agent had een privéliterair detective ingeschakeld om hem op te sporen. Er lag een contract voor hem klaar. Maar hij had zich voordat hij dat kon tekenen door zijn hoofd geschoten. Hij was maar 49. Ik herlees zijn romans om de paar jaar. Het is elke keer alsof je iets nieuws onder ogen krijgt. Soms wordt hij een ‘hippieschrijver’ genoemd. Daarmee doe je hem een beetje tekort. Hij is een dichter in proza. Zijn romans gaan overal over en flitsen door je geest als een kogel door, nou ja, dat is misschien niet de juiste metafoor in dit geval. Hieronder het eerste hoofdstuk van In watermelon sugar. Hij schrijft ‘travelled’ en niet ‘traveled’, dus dat heb ik overgenomen. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit In watermelon sugar

In de metro (16)

In de metro zit een Japanse vrouw die is verkleed als prinses. De mensen in de coupé kijken naar haar, alsof ze een Japanse vrouw zien die zich heeft verkleed als prinses. Niemand zegt iets. Dat doen mensen hier niet. De vrouw kijkt op haar telefoon. Soms lijkt het of ze gaat lachen, maar dat zet nooit door. Ze is een jaar of veertig schat ik. De tiara die ze draagt, lijkt van echt zilver. Er is geen hofdame of prins bij haar, ze reist alleen. Meestal zijn het jonge Japanse meisjes, die zich verkleden. Zij is een uitzondering. Doorgaan met het lezen van “In de metro (16)”

Fragment uit De goede zoon

Seks is op allerlei manieren beschreven, in de literatuur. Seks met een zelfrijdende auto tot voor kort nog niet. Dat komt natuurlijk deels omdat er nog maar weinig zelfrijdende auto’s zijn, en deels omdat de meeste zelfrijdende auto’s niet zijn uitgerust met een seksrobotfunctie. De goede zoon van Rob van Essen brengt de primeur. De goede zoon is een sciencefictionroman die zich afspeelt in een niet heel verre toekomst. Een schrijver die zich, na de ondergang van de literaire wereld, heeft toegelegd op de ‘plotloze thriller’, een zelfbedacht genre, raakt in allerlei gebeurtenissen verwikkeld als hij na de dood van zijn moeder wees is geworden. Gebeurtenissen die hun oorsprong hebben in het verleden, dat zich almaar aan een leven blijft opdringen, zelfs (of vooral) in sciencefiction. Net zoals altijd zijn de verhalen van Van Essen ‘vreemd’ en toch ‘vertrouwd’, ongeveer zoals in het fragment hieronder, het begin van de seksscène die Elon Musk waarschijnlijk nog niet heeft bedacht, terwijl die toch altijd bezig is en zich overal mee bemoeit. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit De goede zoon