Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur

Toen ik in de jaren negentig Amsterdam woonde, kwam Dirk Ayelt Kooiman altijd in twee kroegen bij mij in de buurt: Gambrinus en De Duvel. Hij was er bijna alle dagen, staand aan de hoek van de bar, dicht bij de deur. Alsof hij elk moment wilde kunnen vertrekken. Nienke van De Duvel, hopelijk is ze nog steeds goed gezond en heeft haar blozende gestalte alle stormen doorstaan, wist dat hij een hele route had, — en overal dronk hij maar één glas bier. Hij was altijd alleen. Als hij door iemand aangesproken werd, begaf hij zich – heel kort – in een gesprek. Daarbij keek hij alsof hij door een onzichtbare beul met een gloeiende tang werd gemarteld.  Doorgaan met het lezen van “Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur”

Fragment uit In watermelon sugar

Richard Brautigan stierf in 1984. Een agent had een privéliterair detective ingeschakeld om hem op te sporen. Er lag een contract voor hem klaar. Maar hij had zich voordat hij dat kon tekenen door zijn hoofd geschoten. Hij was maar 49. Ik herlees zijn romans om de paar jaar. Het is elke keer alsof je iets nieuws onder ogen krijgt. Soms wordt hij een ‘hippieschrijver’ genoemd. Daarmee doe je hem een beetje tekort. Hij is een dichter in proza. Zijn romans gaan overal over en flitsen door je geest als een kogel door, nou ja, dat is misschien niet de juiste metafoor in dit geval. Hieronder het eerste hoofdstuk van In watermelon sugar. Hij schrijft ‘travelled’ en niet ‘traveled’, dus dat heb ik overgenomen. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit In watermelon sugar

In de metro (16)

In de metro zit een Japanse vrouw die is verkleed als prinses. De mensen in de coupé kijken naar haar, alsof ze een Japanse vrouw zien die zich heeft verkleed als prinses. Niemand zegt iets. Dat doen mensen hier niet. De vrouw kijkt op haar telefoon. Soms lijkt het of ze gaat lachen, maar dat zet nooit door. Ze is een jaar of veertig schat ik. De tiara die ze draagt, lijkt van echt zilver. Er is geen hofdame of prins bij haar, ze reist alleen. Meestal zijn het jonge Japanse meisjes, die zich verkleden. Zij is een uitzondering. Doorgaan met het lezen van “In de metro (16)”

Fragment uit De goede zoon

Seks is op allerlei manieren beschreven, in de literatuur. Seks met een zelfrijdende auto tot voor kort nog niet. Dat komt natuurlijk deels omdat er nog maar weinig zelfrijdende auto’s zijn, en deels omdat de meeste zelfrijdende auto’s niet zijn uitgerust met een seksrobotfunctie. De goede zoon van Rob van Essen brengt de primeur. De goede zoon is een sciencefictionroman die zich afspeelt in een niet heel verre toekomst. Een schrijver die zich, na de ondergang van de literaire wereld, heeft toegelegd op de ‘plotloze thriller’, een zelfbedacht genre, raakt in allerlei gebeurtenissen verwikkeld als hij na de dood van zijn moeder wees is geworden. Gebeurtenissen die hun oorsprong hebben in het verleden, dat zich almaar aan een leven blijft opdringen, zelfs (of vooral) in sciencefiction. Net zoals altijd zijn de verhalen van Van Essen ‘vreemd’ en toch ‘vertrouwd’, ongeveer zoals in het fragment hieronder, het begin van de seksscène die Elon Musk waarschijnlijk nog niet heeft bedacht, terwijl die toch altijd bezig is en zich overal mee bemoeit. Doorgaan met het lezen van “Fragment uit De goede zoon

Fragment uit Contouren

In Contouren van Rachel Cusk komt een ik-persoon mensen tegen die tegen haar beginnen te praten. Ze praat niet of nauwelijks terug. De ik-persoon, van wie we pas op bladzijde 176 te weten komen dat ze Faye heet, en dan alleen omdat ze wordt gebeld met de mededeling dat de hypotheekverhoging die ze aanvroeg is afgewezen, is net als de schrijfster van het boek een schrijfster. De vraag of het boek daarmee ‘autobiografisch’ is, is net zo zinloos als de vraag of het boek fictie zou zijn: het is allebei, en tijdens het lezen heb je 208 bladzijden lang het idee dat je ergens buiten wordt gehouden, ook al betrekt de schrijfster van het boek je bij alles wat ze tijdens het vertellen aan het doen is. Contouren is, ik geef het niet graag toe, een boek om jaloers op te zijn. Cusk brengt iets nieuws, iets wat er voordat ze dit boek publiceerde niet was: een soort boek als Contouren. In het Engels heet het Outline en is het deel 1 van een trilogie, die verder nog bestaat uit Transit en Kudos. In het Nederlands zijn de drie delen verschenen bij De Bezige Bij.

Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Contouren

Voetbal is oorlog (en rouw) bij Hans Heijnen

Hans Heijnen maakte Voetbal is oorlog, een documentaire over Achilles ’29, een voetbalclub uit Groesbeek die beter Icarus ’29 had kunnen heten. Gek is dat. Elf jaar woonde ik in Nijmegen, en nooit bezocht ik Groesbeek. Wel kwam ik er een keer voorbij, met de fiets, op weg naar het introductieweekend in Well in 1983. Tijdens die tocht kwam Peter L. met zijn zak op de fietsstang terecht. Toen hij weer rechtop stond, zei hij: ‘Volgens mij is mijn zak gescheurd.’ De dokter bevestigde deze diagnose later. Altijd als ik aan Groesbeek denk, denk ik aan de gescheurde zak van Peter L. En sinds deze film aan Achilles ’29 en Hans Heijnen. Doorgaan met het lezen van “Voetbal is oorlog (en rouw) bij Hans Heijnen”

Fragment uit Blue Nights

Terwijl Joan Didion schreef over het jaar na de dood van haar echtgenoot, lag haar dochter Quintana op sterven. Daarover schrijft ze – een eindeloze gebedsmolen van rouw – in het boek Blue Nights, dat in 2011 verscheen. Het is, hopelijk tot nu toe, de laatstverschenen titel van Didion. Net als The year of magical thinking (hier een fragment) is het niet een ‘goed’ of een ‘slecht’ boek, maar een boek dat er moest zijn en daarom is gekomen. De schrijfstijl van Didion is zo helder dat alle fragmenten, hoe gruwelijk (en soms niet-gruwelijk) de belevenissen die ze beschrijft ook zijn, als vanzelf op hun plek terecht komen en ‘werken’. Dit is het tweede boek van Didion dat ik in korte tijd lees. Morgen valt We tell ourselves stories in order to live in de brievenbus. Een bundeling van zeven titels. Dan komt er schot in de zaak.  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit Blue Nights