In de metro (17)

In de metro staat een vrouw die een gewatteerd winterjack draagt. Buiten is het vijfentwintig graden. Als ze haar armen omhoog doet om de stang boven zich vast te pakken, zie ik de zweetvlek in haar oksels. Dat zweet is door dat jack heen gedrongen. Aan de randen is de vlek al wit. De vrouw ziet er niet uit alsof ze het erg warm heeft. Wel heeft ze haar haren geverfd. Niet lang geleden. Bruin. De kleur past net niet bij die van het jack.

Ik denk aan de werking van het culturerele veld. Die bestaat voor een groot deel uit afspraken. Als je je aan die afspraken houdt, maak je onderdeel uit van een weefsel waarin elk draadje zijn rol speelt om de grote lap bij elkaar te houden. Tussen twee stations raak ik verloren in mijn vergelijking. Het zit ongeveer zo: als iedereen plotseling vindt dat X (zeg: Tommy Wieringa, of Pieter Waterdrinker) een belangrijk schrijver is en daar wordt min of meer consensus over bereikt, dan is dat op een gegeven moment zo. Voorwaarde is wel dat X zin heeft in de rol die hij geacht wordt te spelen. Tommy en Pieter zijn bereid.

In de nazomer draag je geen winterjack. Ik niet. Dat is niet gebaseerd op een afspraak. Ik kán die jas dragen als ik wil. De zweetvlekken onder mijn armen — grillige eilanden die witte grenslijnen ontwikkelen in de loop van de tijd — neem ik dan op de koop toe. De vrouw die in de metro staat, trekt zich daar niets van aan en in zekere zin getuigt dat van karakter. Misschien heeft ze wel een enge ziekte, waardoor ze meteen verkruimelt als ze dat jack niet draagt. Maar voor dit verhaal maakt dat niets uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s