Fragment uit Contouren

In Contouren van Rachel Cusk komt een ik-persoon mensen tegen die tegen haar beginnen te praten. Ze praat niet of nauwelijks terug. De ik-persoon, van wie we pas op bladzijde 176 te weten komen dat ze Faye heet, en dan alleen omdat ze wordt gebeld met de mededeling dat de hypotheekverhoging die ze aanvroeg is afgewezen, is net als de schrijfster van het boek een schrijfster. De vraag of het boek daarmee ‘autobiografisch’ is, is net zo zinloos als de vraag of het boek fictie zou zijn: het is allebei, en tijdens het lezen heb je 208 bladzijden lang het idee dat je ergens buiten wordt gehouden, ook al betrekt de schrijfster van het boek je bij alles wat ze tijdens het vertellen aan het doen is. Contouren is, ik geef het niet graag toe, een boek om jaloers op te zijn. Cusk brengt iets nieuws, iets wat er voordat ze dit boek publiceerde niet was: een soort boek als Contouren. In het Engels heet het Outline en is het deel 1 van een trilogie, die verder nog bestaat uit Transit en Kudos. In het Nederlands zijn de drie delen verschenen bij De Bezige Bij.

‘Ik geloof,’ zei hij na een tijdje, ‘dat mijn vrouw willens en wetens aanstuurde op wat er vervolgens gebeurde: ze zag me liggen en besloot me voor het blok te zetten op een moment dat ik er niet op bedacht was. Ze kwam naar de divan, schudde aan mijn schouder om me uit die diepe slaap te wekken, en voor ik goed en wel wist waar ik was of tijd had gehad om na te denken, vroeg ze of ik een affaire had. De vraag overviel me en ik slaagde er niet in om snel een uitvlucht te verzinnen, en hoewel ik niet geloof dat ik het echt toegaf, was mijn aarzeling voldoende om haar in haar vermoedens te bevestigen; en toen ontstond die ruzie die een einde maakte aan ons huwelijk, en niet lang daarna ben ik uit huis vertrokken. Tot op de dag van vandaag kan ik haar niet vergeven,’ zei hij, ‘dat ze een moment van zwakte uitkoos om mij iets te ontfutselen waarover ze zich op voorhand al een mening had gevormd. Daar maak ik me
nog steeds kwaad over. Sterker nog: ik geloof dat het de toon zette voor alles wat erna kwam: haar hooghartige verontwaardiging, haar pertinente weigering om ook maar iets van schuld te erkennen voor onze situatie, tot en met haar bestraffende houding tijdens de scheiding. Natuurlijk slaat het nergens op,’ zei hij, ‘om haar te verwijten dat ze me heeft gewekt, ook al was er geen enkele reden toe en had ik uren kunnen slapen. En toch geloof ik, zoals ik al zei, dat haar venijn voortkwam uit die laffe daad, want mensen zijn het minst toegeeflijk wanneer ze zelf achterbaks zijn geweest, alsof ze zichzelf koste wat kost willen vrijpleiten.’
Ik hoorde zijn biecht, als het een biecht was, zwijgend aan. Ik merkte dat hij me tegenviel, en voor het eerst werd ik een beetje bang voor hem. Sommige mensen, zei ik, zouden dat een nogal zwak verweer vinden: de ander de schuld geven. Ze heeft je tenminste gewekt, zei ik. Ze had je ook ter plekke kunnen doodknuppelen.
‘Het was niets,’ zei hij met een wegwuivend gebaar. ‘Een stommiteit, een uit de hand gelopen kantoorflirt.’
Terwijl hij dat zei, zag ik zo’n schuldbewuste blik over zijn gezicht flitsen dat het voelde alsof de divanscène zich al die jaren later voor mijn ogen voltrok. Ik kon zien dat hij een slechte leugenaar was, en ik vond het moeilijk, zei ik, om niet mee te voelen met zijn vrouw, de moeder van zijn kinderen, al was dat duidelijk niet de gewenste reactie op zijn verhaal. Hij haalde zijn schouders op. Waarom zou het alleen zijn schuld zijn, zei hij, dat hun huwelijk – dat tenslotte min of meer begonnen was toen ze nog tieners waren – misschien niet saai, maar toch wel erg gezapig geworden was? Als hij van tevoren geweten had wat de consequenties zouden zijn… Hij brak zijn zin af. Nou ja, een scheiding was hoe dan ook onontkoombaar geweest, gaf hij toe. Die geheime romance, hoe onbeduidend ook, was voor hem net zo uitnodigend geweest als de lichtjes van een stad die je ziet vanuit de verte. Hij voelde zich niet eens zozeer aangetrokken tot die vrouw als wel tot het idee van een avontuurtje. Het vooruitzicht was opwindend en lonkte – vanuit de verte, zoals hij al zei; het hield de belofte in van een anonimiteit waarin hij zichzelf opnieuw zou kunnen uitvinden. Zijn vrouw kende hem door en door en toch maar oppervlakkig, net als vroeger zijn ouders, broer en zussen, ooms en tantes, en hij was gezwicht voor het idee dat hij zich van de man die zij kenden zou kunnen bevrijden. Daarom had hij die opwindende wereld opgezocht, die hij zich, dat moest hij toegeven, omdat hij nog jong was groter had voorgesteld dan ze was. Hij was talloze keren teleurgesteld in zijn relaties met vrouwen. En toch bleef dat gevoel – die opwinding die tevens een wedergeboorte van de eigen identiteit is – meespelen in al zijn ervaringen met verliefdheid; en ondanks alles wat hij had meegemaakt, waren dat uiteindelijk de meest meeslepende momenten van zijn leven geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s