In de metro (14)

In de metro denk ik aan Pierre Plum. Hij is iemand die ik ooit kende, op Facebook. Een man die zo veel weke cultuur uitwasemt dat je je eigenlijk niet kunt voorstellen dat hij vast voedsel tot zich neemt. Tegenover me zit een kale man met een ouderwetse bril. Hij draagt een grijs overhemd en een broek die, voor de zestigste wasbeurt, zandkleurig is geweest. Alles aan de man is kleur-diffuus. Hij mummelt een beetje, zonder iets te zeggen. Hij leest Hermann Broch in het Tsjechisch. Náměsíčníci, Die Schlafwandler. Zo kleurloos en toch verdiept in het mooiste wat de literatuur te bieden heeft, moet Pierre zijn. Broch lezen maar die dan vervolgens in een posting helemaal vermalen, tot een soort brij kauwen en dan langzaam, verlekkerd, doorslikken.

In het echt ken ik Plum niet. Ooit maakte ik, samen met Koenraad Goudeseune, ook al verdwenen in de nevel van de tijd, een flauw grapje over Pierre onder een van zijn tergende berichten. Hij vroeg er gewoonweg om, met al zijn semi-literair geteem. Het was in de tijd dat je op Facebook nog af en toe onversneden schreef wat je vond. En we werden allebei ontvriend. Cultuur is een mooi iets, maar je moet in het echt niet al te subversief zijn en een beetje meehuilen met de wolven in het bos. Pierre laat zich liever door dode schrijvers geselen dan door levende. God ja, Koenraad Goudeseune, hoe zou het daar mee zijn?

De man staat op en verlaat de metro. Op zijn plek komt een vrouw te zitten die haar jurk iets te heet heeft gewassen. Ik g’a rechtop zitten en kijk over de rand van mijn laptoptas zogenaamd in de verte. Het is een mooie vrouw. Ze leest niet, ze kijkt op haar telefoon. Wat daar te zien is maakt haar niet vrolijk, haar gezicht krijgt per halte een stuursere uitdrukking. Als we stoppen op Můstek gooit ze de handdoek in de ring en doet het ding in haar tas. Ze kijkt me heel even recht aan. Ik krijg het idee voor een roman waarin zij en ik, tegenover elkaar zittend, alle haltes van de Praagse metro aandoen, zonder iets tegen elkaar te zeggen, – een roman waarin het meer gaat om wat er door beide hoofdpersonages wordt gedacht (de schijn) dan om wat er door ze wordt gedaan (het wezen).

Het zou een echt literair boek zijn. Pierre Plum zou er van smullen. Met kleine hapjes. Alles goed kauwend en herkauwend, om het geheel ten volle tot zich door te kunnen laten dringen. Waarna hij er, in dat tandenloze proza van hem, verslag van zou doen op Facebook. Honderd duimpjes en zesenzeventig reacties (‘Bedankt voor de leestip, en wat wonderschoon en prangend verwoord! Lieve groeten van Nele uit Molenbeersel!’). Maar bij Národní třída moet ze er al uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s