In Nijmegen – overal zon en groen en wolken

Vreemd: ik heb elf jaar in Nijmegen gewoond en pas de afgelopen jaren leer ik de stad echt kennen. Tussen 1983 en 1994 heb ik, vrees ik, niet echt om me heen gekeken. Ik was met andere dingen bezig. Iets leren. Het hoofd stoten. Verloren lopen. Als ik nu door de binnenstad wandel, denk ik aan één stuk door: Een vriendelijke stad, een uitnodigende stad, een stad om lekker in te leven, had ik maar beter opgelet vroeger. Overal zon en groen en wolken. Ik ken er ook veel mensen, mensen met wie ik graag te maken heb. Het zijn de herinneringen aan het oude Nijmegen die de manier waarop ik de stad tegenwoordig onderga kleuren. Dat alles er inmiddels is geboend en geveegd, doet de rest.

De enige die ik er niet tegen zou willen komen, is de Nijmeegse gek die me nu al minstens vier jaar, in wisselende ritmiek, e-mails stuurt. Dichter bij het hebben van een eigen stalker ben ik nooit gekomen. Nu eens schrijft ze me dat ze me meer wil zien, dan weer krijg ik te lezen dat we elkaar beter nooit meer kunnen zien omdat ik toch geen genegenheid voor haar kan opbrengen. Ik heb de gek een keer in het echt gezien, het was geen vervelende bijeenkomst, er waren veel andere mensen bij. Het zijn alleen de gevolgen die me rauw op het dak vielen. Nu ik van e-mailadres ben veranderd, weet ik niet meer of de gek me nog steeds berichten stuurt.

Er is één plek in Nijmegen die sinds 1983 niets is veranderd: Café ’t Haantje aan de Daalseweg. ‘Niets’ is waarschijnlijk het verkeerde woord, want de hele tapkast werd ooit vervangen; maar het interieur is voor de rest bijna helemaal hetzelfde als toen ik voor het eerst een voet over de drempel zette (en de nieuwe tapkast heeft wel iets weg van de oude). Soms wordt een plank geverfd, zodat hij weer precies zo bruin is als de rest van het houtwerk. Een half jaar geleden dronk ik er iets met een vriend. Het was helemaal niet geruststellend dat alles nog op vroeger leek, het was alsof je door een tijdmachine terug werd geduwd naar een periode die voorgoed voorbij is en waar je niks meer hebt te zoeken. Het voelde onbehaaglijk.

Ergens in 1992 ging S bij mijn vrienden en mij aan tafel zitten. Ik was al maanden verliefd op haar. Ze vroeg me, na een paar lauwe halve liters, in ’t Haantje dronk je halve liters Amstel, of we een keer samen naar de sauna zouden gaan. Ik stemde toe, al was ik nog nooit in een sauna geweest en zag ik er tegen op om me naakt in het openbaar te vertonen. ‘En gaan we dan vooraf of na afloop de liefde bedrijven?’ Ik zei dat vooraf me een uitstekend plan leek. Later die nacht liep ik naast haar naar haar huis, niet ver van ’t Haantje. Het was het begin van een turbulente periode, om het zacht uit te drukken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s