Fragment uit An artist of the floating world

De tweede roman van Kazuo Ishiguro had ik nooit gelezen, tot nu toe. Net als in The remains of the day (en in zijn meeste andere werk) gaat het in dit verhaal over toewijding: hoe kun je je leven zo inrichten dat je voldoet aan de verwachtingen die anderen, en jij zelf, van je hebben? Hoe kun je je in de tijd, die onvermijdelijk verandert, staande houden? Wat is er voor nodig om iemand te zijn, zonder alles wat je bent te verkwanselen? En dit alles heeft Ishiguro verpakt in een schildersroman die over het na-oorlogse Japan gaat, waarin hij moeiteloos schakelt tussen het lage en het hoge (omdat er bijna geen verschil is tussen die twee). Nu ja. Hij zegt het zelf veel mooier. Bijvoorbeeld hieronder, als het over de schoonheid van het vluchtige gaat en over het terugkijken op vroeger schilderwerk. 

‘Giseburo is an unhappy man. He’s had a sad life. His talent has gone to ruin. Those he once loved have long since died or deserted him. Even in our younger days, he was already a lonely, sad character.’ Mori-san paused a moment. Then he went on: ‘But then sometimes we used to drink and enjoy ourselves with the women of the pleasure quarters, and Gisaburo would become happy. Those women would tell him all the things he wanted to hear, and for the night anyway, he’d be able to believe them. Once the morning came, of course, he was too intelligent a man to go on believing such things. But Gisaburo didn’t value those nights any the less for that. The best things, he always used to say, are put together of a night and vanish with the morning. What people call the floating world, Ono, was a world Gisaburo knew how to value.’

Mori-san paused again. As before, I could see his form only in silhouette, but it was my impression he was listening to the sounds of the merrymaking from across the yard. Then he said: ‘He’s older and sadder now but he’s changed little in many respects. Tonight he’s happy, just as we used to be in those pleasure houses.’ He drew a long breath, as thought he were smoking tobacco. Then he went on: ‘The finest, most fragile beauty an artist can hope to capture drifts within those pleasure houses after dark. And on nights like these, Ono, some of that beauty drifts into our own quarters here. But as for those pictures up there, they don’t even hint at these transistory, illusory qualities. They’re deeply flawed, Ono.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s