Fragment uit The end of the affair

Graham Greene is een aparte schrijver. Iemand die romans en thrillers schreef, hoewel die thrillers heel vaak vermomde romans zijn. Vermomd is in dit verband een gek woord. De thrillers van Greene zijn ook romans, en niet alleen thrillers. Dichterbij een beschrijving kom ik meestal niet.

Zijn tweesporenbeleid in de letteren maakte hem lang tot een wat verdacht-achtige figuur. Iemand die je wel las, maar niet meteen vereerde. Ik heb The end of the affair al sinds ik het boek voor het eerst las, ergens in het begin van de jaren tachtig, in mijn eigen top 20 staan. Niet omdat het het beste boek is dat ik ooit las, het is wel een van de boeken die de meeste indruk op me maakte. Bij elke herlezing weer.

Onlangs herlas ik de roman voor de achtste of negende keer. Hij gaat over de liefde en is daarnaast een essay over schrijven. Dat viel me voor tijdens deze lezing voor het eerst echt volledig op. The end of the affair is dus ook een vermomd boek; misschien was dat de core business  van   Greene die ooit bij de geheime dienst had gewerkt; hij combineerde hier het verhaal van een grote liefde met zijn opvattingen over hoe te schrijven en weet me daarmee keer op keer te raken. Een fragment:  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit The end of the affair

De Tour en de verveling (en Tom Dumoulin en mijn vader)

Tussen mijn tiende en mijn zeventiende keek ik in de zomer altijd elke dag naar de Tour de France, meestal via de Vlaamse televisie. Het waren heel andere tijden, soms kon een helikopter niet opstijgen en zat je uren naar een klok te kijken waarvan de wijzers almaar verschoven: de rechtstreekse uitzending begint om 15.00, 15.10, 15.30 et cetera.

Doorgaan met het lezen van “De Tour en de verveling (en Tom Dumoulin en mijn vader)”

Mieke van Zonneveld en het sonnet

Foto: Keke Keukelaar

Een klassiek gedicht willen schrijven, dat wil zeggen: een gedicht dat zich baseert op lang geleden vastgelegde regels en een vorm die ononderhandelbaar is, lijkt een hachelijke kwestie. De inhoud gaat al snel trekken, alsof die zich plooit naar de ouderwetsheid van de behuizing. De dichter die zich een dergelijke taak oplegt, lijkt op een componist die een sonate wil schrijven naar, bijvoorbeeld, model van Mozart. Waar is de dichter, bij zo veel geschiedenis, zelf? Doorgaan met het lezen van “Mieke van Zonneveld en het sonnet”

Fragment uit An artist of the floating world

De tweede roman van Kazuo Ishiguro had ik nooit gelezen, tot nu toe. Net als in The remains of the day (en in zijn meeste andere werk) gaat het in dit verhaal over toewijding: hoe kun je je leven zo inrichten dat je voldoet aan de verwachtingen die anderen, en jij zelf, van je hebben? Hoe kun je je in de tijd, die onvermijdelijk verandert, staande houden? Wat is er voor nodig om iemand te zijn, zonder alles wat je bent te verkwanselen? En dit alles heeft Ishiguro verpakt in een schildersroman die over het na-oorlogse Japan gaat, waarin hij moeiteloos schakelt tussen het lage en het hoge (omdat er bijna geen verschil is tussen die twee). Nu ja. Hij zegt het zelf veel mooier. Bijvoorbeeld hieronder, als het over de schoonheid van het vluchtige gaat en over het terugkijken op vroeger schilderwerk.  Doorgaan met het lezen van “Fragment uit An artist of the floating world

In de metro (10)

In de metro zit een meisje te schrijven. Ze gebruikt een schrift en een balpen. Lekker ouderwets. Binnen twee haltes heeft ze al een halve pagina vol. Het is, zelfs als ik heel erg mijn best doe, niet te zien in welke taal ze schrijft. Af en toe kijkt het meisje op: een rond, blozend gezicht. Ze draagt het haar een beetje kunstzinnig, met pieken alle kanten op, en heeft volgens mij niet lang geleden een hennaspoeling genomen. Haar kleding is zwart, ze lijkt op de meisjes uit de jaren tachtig. Ze heeft dezelfde afstandelijkheid. Haar uiterlijk maakt haar tot een eiland in de coupé, veel mensen kijken maar niemand zal haar ooit durven aan te spreken. In de jaren tachtig was iedereen een eiland. Doorgaan met het lezen van “In de metro (10)”

Een huis in de wolken

Toen ik werd geboren, was mijn vader al vijf jaar bezig met het bouwen van een huis. Op mijn vijftiende verjaardag stonden we samen  te kijken naar de volledig lege bouwplaats. Enthousiast schetste mijn vader het materiaal dat zou worden gebruikt om een fundament mee te leggen. Hij gaf met zijn handen de contouren aan van de buitenmuren, alsof hij de lijnen van een mooie vrouw volgde. Doorgaan met het lezen van “Een huis in de wolken”