Jaroslav Rudiš: Het volk boven

Over: Het volk boven,  Jaroslav Rudiš, vertaald uit het Tsjechisch door Edgar de Bruin, Nobelman, 2017

Hoe spreekt iemand die uit het ‘gewone’ volk afkomstig is en zich, met moeite, door het leven worstelt. Ik weet het niet. De Tsjechische schrijver Jaroslav Rudiš doet in zijn boek Národní třída, onlangs vertaald als Het volk boven, een poging om die taal te benaderen. In deze korte roman horen we het verhaal van Vandam, genoemd naar de Belgische acteur Jean-Claude Van Damme. Het is een verhaal vol ontworteling, hang naar het verleden, onvrede over het heden, geweld (Vandam slaat er nogal snel op los) en liefde die zich niet kan uiten.

Vandam is een ‘gewone’ Tsjech die de fluwelen revolutie nog niet helemaal heeft verteerd. Hij was er wel bij (al laat het boek ons in het ongewisse over de hoedanigheid waarin) toen die revolutie begon op 17 november 1989. De demonstratie van studenten op Národní třída die toen werd neergeslagen, was de opmaat voor de gebeurtenissen die ertoe leidden dat de communistische dictator Gustáv Husák op 10 december werd afgezet en dat Václav Havel op 29 december werd benoemd tot president van Tsjecho-Slowakije. Národní třída is een straat die loopt van de Moldau, bij het Nationale Theater en bij Slavia, tot Jungmanova.

Vandam is de verpersoonlijking van dat geweld, dat nu, 29 jaar na de revolutie, nog in hem woont en af en toe naar een uitweg zoekt. Het is een ongearticuleerde vorm van geweld, volks geweld inderdaad, geweld dat de kracht van argumenten moet vervangen, geweld dat uitbarst omdat er geen woorden zijn. Paradoxalerwijs heeft Vandam in het boek van Rudiš echter wel een stem, en wat voor een. Hij spreekt met het gemak waarmee literaire helden spreken, en jammer genoeg botst die taal met de machteloosheid van zijn geweld (en liefde): hij wordt ongeloofwaardig.

Het is de gewoonte om dit soort proza, om de onderwerpen die erin aan bod komen, ‘rauw’ te noemen. Toch vind ik het vooral gestileerd; daar is niks tegen natuurlijk, ook Bohumil Hrabal stileerde zijn ‘gewone’ mensen, tot op het punt waarop je ze hoorde. Vandam blijft een beetje een bordkartonnen held. Als hij al een held is. Vandam heeft niet zozeer een eigen stem, hij heeft de stem van iemand die in het Praag van nu woont en een beetje genoeg heeft van al die mensen en politici die hem lastig vallen – en daarom is toegetreden tot de grote populistische massa die in het Tsjechië van vandaag de trom slaat.

Mijn probleem met het boek is dat Vandam mij niet rauw genoeg is. Hij is in een literaire mal geperst en daarmee cultureel gezien onschadelijk gemaakt. Zijn opvattingen en zijn hardhandige manier om gevoelens te uiten worden opgenomen in warm bed vol begrip en empathie. Vandam is geen ruwe bolster, Vandam is een ‘gewone’ man die het allemaal niet zo goed begrijpt. Dat begrip wordt hem door zijn schrijver opgelegd, van boven af.

Het volk boven is een mooi boek, waar je na afloop toch van denkt: Nee. Ik woon in een buurt waar ik dagelijks de plaatselijke Vandammen (en hun vriendinnen) kan bestuderen en ik denk dat Rudiš die bevolkingsgroep op afstand heeft bestudeerd. Ze zijn ‘anders’, ruwer, minder gearticuleerd. En ja, ik weet dat een schrijver zijn onderwerp zo moet stileren dat het in een boek past. Maar toch. Toch wat? Toch vond ik de andere romans van Rudiš beter.

Ik ben een Romein. Een Europeaan. Daar geloof ik in. In idealen. In cultuur. De mars op Rome! We zijn toch allemaal Romeinen. Maar ik ben vooral mezelf, ik ben Vandam, ik heb m’n lesje geleerd, ik ken alle veldslagen van de wereld.
Alle verloren veldslagen.
Alle gewonnen veldslagen.
Het hangt er namelijk altijd maar van af hoe je het bekijkt.
Het hangt ervan af aan welke kant van de barricade je op dat moment staat.
Je kan winnen.
Je kan verliezen.
Maar je moet er vooral bij zijn.
Ik weet wat er zich heeft afgespeeld in september van het jaar 9 in het Teutoburgerwoud.
Ik weet hoe het eraan toeging in mei 1434 daar in de buurt van Lipany.
En in november 1620 op de Witte Berg.
En in december 1805 bij Austerlitz.
En in juli 1866 bij Königgrätz.
En bijna het hele jaar 1916 bij Verdun.
En in juli 1917 bij Zborov.
En in de winter van 1942-1943 bij Stalingrad.
En in juni 1944 in Normandië.
En in april en mei 1945 bij Berlijn.
En in augustus 1968 in Praag.
En daarna in Vietnam.
En in Afghanistan.
En in november 1989 weer in Praag.
En in september 2001 in New York.
Bagdad in de lente.
Normandië in de zomer.
New York in de herfst.
Stalingrad in de winter.
Ik ken deze vier jaargetijden van alle veldslagen van de wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s