De avond ademt als een aangezicht (over Rainer Maria Rilke)

Rainer Maria Rilke kwam van ver. Hij begon als dichter van sentimentele versjes en werd pas na een decennium zwoegen de schepper van het marmeren en albasten oeuvre die hij nog steeds is. Het gedicht dat ik hieronder citeer is uit zijn ‘ontwikkelingsjaren’ die vallen tussen 1898-1902. Rainer was toen tussen zijn drieëntwintigste en zijn vijfentwintigste. In die jaren had hij een relatie met Lou Andreas-Salomé, de zeer getalenteerde, zeer vrijgevochten geleerde en schrijfster (en muze van zo veel schrijvers in die tijd).

Het geciteerde gedicht komt uit de bij leven van Rilke niet-gepubliceerde bundel Dir zu feier, een ‘echo’ op het wel-gepubliceerde Mir zu feier. In die bundel schrijft Rilke over zijn relatie tot Andreas-Salomé. Onverbloemd, sentimenteel, maar toch al met die genialiteit die zijn latere werk soms zo ontstegen maakt. In dit werk is die genialiteit nog een bij-product, er is alleen af en toe een flits van te zien. Ze is nog niet alomtegenwoordig, zoals later. Ik citeer het gedicht:

Es ist ja Frühling. Und der Garten glänzt
vor lauter Licht.
Die Zweige zittern zwar
in tiefer Luft, die Stille selber spricht,
und unser Garten ist wie ein Altar.

Der Abend atmet wie ein Angesicht,
und seine Lieblingswinde liegen dicht
wie deine Hände mir im Haar:
ich bin bekränzt.

Du aber siehst es nicht.
Und da sind alle Feste nichtmehr wahr.

Voor de uitlegger van poëzie is dit een fijn brokje. Het tuin-motief (et in arcadia ego!), de referenties aan Christus, de tegenstelling tussen de lente en de avond, het bekränzt zijn, het dragen van het merkteken van de profeet/dichter, – Rainer is er eens goed voor gaan zitten. Hij heeft ook al een paar van die zinnen gefabriceerd die rechtstreeks het tegeltje op kunnen. Dat van die tuin als een altaar en die als een aangezicht ademende avond is mooi, heel mooi, irritant mooi, zoals zo veel bij Rilke irritant én mooi is.

Het zijn de laatste twee regels die het gedicht maken én breken. Een beetje redacteur zou die regels tegenwoordig wegstrepen: ‘Kom kom, Rainer, niet zeuren. Lou ziet niet dat je Christus én een geniale dichter bent, in de lente van je carrière, maar show, don’t tell. Je hoeft je gevoelens niet te benoemen. Dat is voor niemand gezellig. Deze regels ondergraven de rest van het gedicht.’

En toch. Ik vind ze volledig passen bij de rest en in al hun onbeholpenheid zijn ze heel erg echt. Soms is het gewoon zo, dat alles wat je doet zinloos is als een geliefd persoon dat niet ziet. De regels zijn, in tegenstelling tot de poging tot krachtpatserij in de eerste twee strofes, volledig waar – althans, voor de dichter Rainer Maria Rilke op het moment dat hij ze schreef. En soms gaat poëzie óók over de waarheid.

  • Ooit zijn alle gedichten van Rilke, goed bezorgd, hier te lezen.

4 gedachten over “De avond ademt als een aangezicht (over Rainer Maria Rilke)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s