Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht

Iemand twittert een foto van mijn gedicht ‘Mes’ uit de bundel De Stoofsteeg en andere gedichten, die in 1999 bij Perdu verscheen. Volgens mij heeft Perdu nog exemplaren. Ik had het gedicht jaren niet gezien en er jaren niet aan gedacht, daarom las ik het alsof het van iemand anders was. Ik vind het een goed gedicht, al zou ik het woord ‘beklijf’ tegenwoordig proberen te voorkomen. Het is een agressief gedicht, seksueel geladen, dwingerig, – het is, kortom, een autobiografisch gedicht, zoals de meeste gedichten autobiografisch zijn, maar daarmee is het nog niet ‘echt gebeurd’. Het is autobiografisch omdat het de obsessies die ik had, of heb, probeert aan te raken. Zonder ergens voor terug te schrikken. De tegenstelling tussen het ‘harde’ mes en het ‘zachte’ vlees werkt goed. In de een-na-laatste strofe roep ik het mes op om te smelten, om net als het vlees waarin het ronddraait zacht te worden. De laatste strofe trekt dat weer terug. Niet het evenwicht, maar de agressie is hersteld.

Het gedicht roept herinneringen op aan de tijd waarin de bundel verscheen. Het was 1999 en na publicatie van het kleine rode boek werd ik voor het eerst door Wim Brands geïnterviewd voor de radio. In een studio aan de Amstel, niet ver van de Kleine Komedie. Joris en Renate, die ik toen net kende en op wie ik zo verliefd was dat ik er soms doof van werd, waren met me mee. Ze maakten grapjes met elkaar toen ik in de studio zat, naast Wim Brands, en plotseling werd Wim boos, of deed alsof hij boos was. Het moest afgelopen zijn met dat geklier, er werd hier zo meteen radio gemaakt. Ik dacht nog: Lekker ontspannen type die Brands. Door zijn uitbarsting werd het voor mijn gevoel wel een goed interview. Na afloop gingen Joris, Renate en ik ongetwijfeld ergens iets drinken. Het was nog net de tijd waarin iedereen steeds maar iets ging drinken nadat er iets was gebeurd. Er gebeurde aan de lopende band van alles. Volgens mij besloten we daar en toen dat alles, echt alles, eindelijk zou beginnen. Deels is dat gelukt. Grotendeels niet. Joris is dood en verder zie ik me ook niet opnieuw voor me in een opnamehok met Wim Brands, Renate zit in een raam met haar rug naar de Amstel, het licht dat van buiten naar binnen valt maakte haar ogen nog lichter groen dan ze al waren. De werkelijkheid neemt meestal een onaanvaardbare gedaante aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s