I am most faithless when I most am true

De poëzie van Edna St. Vincent Millay is eigenlijk altijd goed. Dat merkte ik tijdens het lezen van dit artikel op het (onvolprezen) weblog BraninPickings. Tegelijkertijd is er altijd wel iets op haar gedichten aan te merken. Ze vult haar regels tot over de rand, omdat ze anders niet kan zeggen wat ze precies wil zeggen. Dat geeft het geheel iets springerigs, iets onvoltooids. Het geeft niet. Het hoort zo te zijn. Juist op die momenten zijn haar gedichten goed. Ze staan niet alleen vol paradoxen, ze zijn ook op paradoxale wijze niet-helemaal-goed en daarom helemaal af. Dit voorbeeld:

Oh, think not I am faithful to a vow!
Faithless am I save to love’s self alone.
Were you not lovely I would leave you now:
After the feet of beauty fly my own.
Were you not still my hunger’s rarest food,
And water ever to my wildest thirst,
I would desert you — think not but I would! —
And seek another as I sought you first.
But you are mobile as the veering air,
And all your charms more changeful than the tide,
Wherefore to be inconstant is no care:
I have but to continue at your side.
So wanton, light and false, my love, are you,
I am most faithless when I most am true.

De tweede regel, ‘Ik ben niet trouw, behalve aan de liefde zelf’, kookt over. Misschien omdat ze hier iets belangrijks wil zeggen. Het staat er nu alleen wat hyperactief te kijk. De mededeling is letterlijk eindeloos. Logischer zou zijn: ‘Faithless am I save to love itself’. Dat schrijft ze niet. Ze schrijft dat ze trouw is aan de liefde ‘in zichzelf’. Niet aan de liefde, dat kan iedereen zijn. Zelfs mensen die zich alleen maar achter de liefde verschuilen om van het probleem af te zijn. Ze is trouw aan de kern die in de liefde huist. Daarom hoeft ze ook niet trouw te zijn aan een eed. De liefde gaat niet over eden. De liefde gaat over zichzelf.

De een-na-laatste regel loopt ook even uit de rails, en ook daarin wordt een zaak van het hart wordt blootgelegd. Vertalen is lastig, maar letterlijk staat er (ongeveer) dat haar geliefde grillig, luchthartig en verraderlijk is, terwijl de dichter in de laatste regel over zichzelf zegt dat ze het meest ontrouw is op momenten van de grootste oprechtheid. De geliefde is misschien onbekommerd een vat vol tegenstellingen, de dichter kan alleen maar oprechtheid veinzen en is daarin altijd gedoemd te liegen.

Ook hier weer die paradox, of beter: die tegenstelling die moet benadrukken dat het om wezenlijke dingen gaat die elkaar niet uitsluiten, niet om de zaken die het leven of je omgeving of de conventie van je eist. De kern is het belangrijkst. En wie daar niet naar leeft, pleegt verraad, die is ‘most faithless’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s