Daaraan zou ik mijn leven wijden!

René van Hinderickx en Winderickx stuurde mij op verzoek een doos boeken, restjes van de Deventer Boekenmarkt. De meeste ervan had ik al ooit gelezen. Juist daar ging het me om. Ik had plotseling behoefte aan bekende, overbekende teksten. Herlezen is een fijne manier van lezen, en hier, nu ik elke dag alles wat ik om me heen hoor moet vertalen, wilde ik eens meteen begrijpen wat er tegen me wordt gezegd. Meestal ben ik een echte door-lezer. De afgelopen dagen bleef ik oneindig lang stilstaan bij een zin, een alinea, las ik een bladzijde drie of vier keer opnieuw, bewonderde ik de frisheid van het bekende: 

Ik was niet ouder dan een jaar of vier, toen ik droomde dat er een stapel geweren op de grond naast mijn bed lag. Ik werd wakker en keek verheugd naar de geweren. Zij waren er niet. Het kleed naast mijn bed was leeg. Dat was het ogenblik, waarop ik voor het eerst begreep, dat er iets falikant mis is in de wereld. Dat er een reusachtige leugen in is geplant, zoals een bijl in het hout.

Zes meesterlijke zinnen. Ze komen uit het eerste stuk in Wenken voor de Jongste dag van Harry Mulisch. Ik lees vaak boeken die ik ‘goed’ vind en nog vaker boeken die ik ‘niet goed’ vind, maar met deze zinnen is meteen iets anders aan de hand. Ze zijn goed noch niet-goed, ze zijn er gewoon. Is er niets op aan te merken? Er is van alles op aan te merken: ‘was, werd, waren, was, was’. Toch geeft dat niet, niet hier. Het is die zin over die bijl in dat hout, die het doet. Mulisch laat even een flits zien van het vermogen om de taal naar zijn hand te zetten.

Ik citeer vals, of oneerlijk. Want zoals het er nu staat, lijkt het geheel een teleurstelling te omschrijven. De jonge Harry Mulisch droomt iets en als hij wakker wordt, is het weg. Zo gemakkelijk komt de werkelijkheid er bij Mulisch nooit van af. Ik citeer iets uitgebreider:

Ik was niet ouder dan een jaar of vier, toen ik droomde dat er een stapel geweren op de grond naast mijn bed lag. Ik werd wakker en keek verheugd naar de geweren. Zij waren er niet. Het kleed naast mijn bed was leeg. Dat was het ogenblik, waarop ik voor het eerst begreep, dat er iets falikant mis is in de wereld. Dat er een reusachtige leugen in is geplant, zoals een bijl in het hout. Ik kreeg een huilaanval van teleurstelling en woede, – en die betekende het besluit: dat ik het er niet bij zou laten zitten,  dat ik niet zou rusten eer de geweren voor mijn bed lagen, al moest de onderste steen boven komen! Daaraan zou ik mijn leven wijden!

Kijk, dat is nog mooier. Het leven draait de jonge Mulisch een loer, waarna Mulisch terugslaat. Het is hem nog gelukt ook. Ik las deze zinnen en wist plotseling waarom A.L. Snijders zo’n hekel heeft aan (het werk van en de persoon) Harry Mulisch. Snijders wil zich in stilte verwonderen over de wereld die nooit verandert. Mulisch zet de wereld naar zijn hand. Daarbij gaat af en toe iets ‘fout’, of wordt er wel eens een stelling betrokken die niet per se sympathiek is. Vrijblijvend wordt het nooit. Snijders is de man die het zo mooi kan zeggen. Mulisch is de man die alles alleen maar op zijn eigen manier kan zeggen, bijvoorbeeld in een ander boek van hem, Voer voor psychologen: ‘Doe niets en let scherp op. De afgrond die dan in anderen opengaat, of niet, dat ben jij.’

Een gedachte over “Daaraan zou ik mijn leven wijden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s