Huizen met een muis erin

Ik wilde opstaan voor een mevrouw in lijn 9. Het was erg druk en ik probeer soms galant te zijn. Mevrouw is misschien het verkeerde woord. Ze was iets ouder dan ik, een jaar of 55, ik had haar in mijn enige oogopslag per ongeluk iets ouder geschat. Haar blauwe mantelpak was een klein beetje gekreukeld en er stond een knoop van haar bloes open, de een-na-onderste. Resoluut weigerde ze mijn plek. Ze zei iets met ‘jen pořád sedni erin en sinds kort weet ik dat dat ‘blijf maar zitten’ betekent. Ze lachte naar me en ik lachte terug. Een schalks lachje had ze, echt een lachje om dat woord weer eens voor tevoorschijn te halen. Plotseling vroeg ik me af waarom die knoop open stond en waar die vouwen in haar kleding vandaan kwamen.

Even later wilde ze me betrekken in haar ergernis over twee Italiaanse toeristen die nogal hard alle haltes aan het oplezen waren, daarbij commentaar leverend op de Tsjechische spelgewoonten. Ze zei nog een paar zinnen tegen me en toen moest ik wel uit de kast komen als vreemdeling. Ze leek even teleurgesteld. Gelukkig bleef ze niet mokken. Al snel vroeg ze waar ik vandaan kwam en kon ik weer terugvallen op mijn nieuwe basis-taalvaardigheden. ‘Jsem z Nizozemska.’ Ah! Holland! Dat kende ze wel. (Ik onderdrukte de neiging om te zeggen dat ik niet uit Holland kom, maar uit Nederland.) Ze had, haar Engels was erg rad en niet overal even begrijpbaar, via allerlei connecties in Den Haag gewoond. En in Wassenaar. Met haar man geloof ik. Den Haag vond ze erg mooi.

Een halte verder zei ze plotseling: ‘But I don’t like Amsterdam.’ Ach, waarom dat dan? ’Was it too busy’ Nee, nee, dat was het probleem niet. De stad ging nog wel. Ze had echter ooit in een appartement gewoond aan zo’n gracht… geknip van vingers, denkrimpels tussen haar ogen… aan de Keizersgracht. Kende ik die? Ja, daar was toch niks mis mee verder? Nou, dat wist ze nog zo net niet. ‘Houses almost on the water… and in my bedroom lived a mouse. I think he came from the canal.’ Ze gaf aan hoe groot die muis was, het leek me eerder een rat dan een muis. Ze keek me er bij aan alsof ze er gedwongen aan een open riool had verbleven. Ik begon te lachen.

Bij Lipanská stapten we allebei uit. Zij ging omhoog, richting de Albert, ik omlaag richting de kerk. Ze keek nog even om. Ik dacht, zal ik iets zeggen over die losse knoop? Maar nee. We zwaaiden elkaar vriendelijk goedendag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s