Een zoon van Limburg: nog steeds actueel

Het Reformatorisch dagblad, een erg goede krant, publiceerde een interessant artikel over Limburg, samenhangend met ‘150 jaar Limburg’. Het stuk ontaardt in een merkwaardig geval van protestante zending, maar toch bevat het zeker in het begin een paar behartenswaardige alinea’s. De kern daarvan: ‘De Limburger bestaat niet.’ Misschien klopt dat, maar deze uitspraak wordt wel gedaan door mensen (een museum-man en een archivaris) die zich ideologisch en cultureel een weg moeten zien te banen tussen de belangen van de provincie en het land. Ze proberen ‘de kwestie’ (die er niet is: want Limburg is net als de Heilige Geest veelvoudig, verdeeld en toch één) in te kaderen, te omzeilen, – ze missen de innerlijke noodzaak en de aandacht voor stijl en compositie die literatuur wel kan bieden. Daarom zou de journalist René Zeeman beter te rade hebben kunnen gaan bij, bijvoorbeeld, mij. Mijn boek Een zoon van Limburg (een zoektocht naar identiteit en het belang van ‘de’ afkomst, is nog steeds te koop. Het begint zo:

Limburg bestaat niet, Limburg is na 1830 – na de Belgische revolutie – op moeizame wijze in elkaar gezet en ten slotte, pas in 1839, ingelijfd bij Nederland.
Wat nu Limburg heet, was een lappendeken van staatjes, hertogdommen en grafelijke gebieden, die vanaf de vroege Middeleeuwen onder allerlei soorten van gezag hebben gestaan – van de hertog van Gelre tot de keizer van Oostenrijk. Conflicten werden om de haverklap in dit gebied uitgevochten, wat de eenheid niet ten goede kwam.

Limburg (de provincie die zich uitstrekt van Eijsden, dicht tegen Belgisch Limburg, tot Mook, dicht bij Gelderland, is nog steeds) een fremdkörper binnen Nederland, een provincie waarover mensen, ook mensen die ik hoogacht, de meest abjecte onzin uitkramen, uit kwaadaardigheid en misplaatst superioriteitsbesef.

Door de eeuwen heen, ondanks de woelige geschiedenis en de daaropvolgende relatief rustige inbedding bij Nederland, heeft Limburg het wantrouwen jegens ‘de Hollanders’ (dat zijn alle Nederlanders buiten Limburg) nooit helemaal kunnen afschudden – en dat is wederzijds.

Limburg hoort niet bij Nederland, en Nederland interesseert zich niet voor Limburg; Nederland en Limburg zijn tot elkaar veroordeeld. Limburg gedraagt zich in deze verhouding als het kind dat meer en meer wil graaien in de Nederlandse subsidiepot; Nederland gedraagt zich alsof Limburg een lastig, jengelend kind is. Dat laatste klopt min of meer, maar de vraag waaróm het kind toch zo jengelt, blijft niet-gesteld.

Limburg is de gemiddelde Nederlander (‘Hollander’) zó vreemd, dat het mij gedurende mijn verblijf in ‘Holland’ (al sinds 1983) regelmatig kon overkomen dat allerlei mensen, mensen die konden rekenen en schrijven, mensen die min of meer functioneerden in het maatschappelijk bestel, mij vroegen of ‘dat nou een beetje uit te houden was, in Limburg’ of ‘ik ben er nooit geweest, maar het schijnt wel mooi te zijn, met heuvels’.

Desgewenst wilden die mensen wel toegeven dat ze er ‘wel eens doorheen gereden waren’, op weg naar Duitsland of België.

De gemiddelde Nederlander, om bij mijn mantra terug te keren, ként Limburg niet. Uit desinteresse. Die maar al te vaak de vorm van minachting aanneemt, – zo gebruikte Jan Blokker de woorden ‘rooms’, ‘katholiek’ en ‘Limburger’ alleen maar pejoratief. Dat is verklaarbaar uit de verzuiling, waarin Blokker zijn journalistieke hoogtijdagen beleefde, maar wel erg achterhaald en bij tijd en wijle ronduit onbeschoft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s