De Japanner en de varkenspoot

Er bestaat een Japanse reisgids waarin U Medvídků wordt aangeraden. Het hotel én het restaurant. Elke keer als ik in de gelagkamer zit, zijn er daarom ook Japanners. Met een gids in de hand. Die ze lezen terwijl ze daar zitten, waarschijnlijk om erachter te komen wáár ze zijn beland. Je ziet aan hun gezichten dat het vertaalmoment – ergens tussen hun hoog-esthetische en culinair verfijnde land en Praag zijn ze verloren gelopen – nog moet komen. De authenticiteit waarin ze terecht zijn gekomen is verwarrend en met geen Japans woord te bevechten.

Gisteren zat er een jong echtpaar aan de tafel tegenover mijn bezoek en mij. Twee erg knappe mensen, bijna adembenemend, wreed van jeugd, gepolijste marmeren beelden, gekleed in stoffen die je in Praag niet of nauwelijks kunt krijgen, geweven door Japanse slaven die in afzondering leven en veertig jaar worden opgeleid om de techniek volledig te leren beheersen. Heel het restaurant hield de adem in toen het eten werd geserveerd.

De vrouw had spaghetti aglio olio genomen. So far so good. De man keek minutenlang naar het bord met daarop een in bier gestoofde varkenspoot, opgediend met mierikswortelsaus, peper en brood (Pečené vepřové koleno na tmavém pivě, křen, hořčice, feferonka, chléb). Zijn verbazing werd dubbel zo groot. Het gerecht dat hij, misschien op de gok, misschien op aanraden van de reisgids die ook bij hun op tafel lag, had besteld bleek iets te barok voor zijn opvattingen over wat voedsel is. Het echtpaar wisselde enige ingehouden kreetjes.

Het duurde misschien wel vijf minuten voordat hij zijn mes en vork tevoorschijn haalde en voorzichtig in de homp vlees begon te snijden. De vrouw at ondertussen af en toe een hapje spaghetti, waarbij ze keek alsof iemand haar dwong om een mengsel van koude havermout, sperma en huidschilfers naar binnen te werken. De gids lag inmiddels dichtgeslagen op de tafel. We gingen er eens lekker voor zitten en bestelden nog een donker biertje.

De voorstelling was fascinerend. Hij duurde ongeveer een uur, maar de twee Japanners aten wel alles op. Halverwege wisselden ze van bord, maar de vrouw heeft de varkenspoot alleen aangestaard en een flintertje brood gegeten. Al snel wilde ze haar bordje spaghetti terug. De jongen at het vlees tot op het bot, ondertussen zijn waardigheid niet verliezend. Af en toe knikten mij bezoek en ik de twee bemoedigend toe. Toe maar. Het staat ervoor. Na de maaltijd keken ze weer in de reisgids, ik denk om te controleren of ze wel in de goede tent terecht waren gekomen.

Na afloop merkte ik dat het me irriteerde toen mijn bezoek zei dat het eten ook goor is in  U Medvídků. Ik voelde de neiging om de stad en het land en de culinaire wanprestaties die daar soms worden geleverd te verdedigen. Ik ben culinair aan het inburgeren, en de vraag of dit een goede zaak is staat voorlopig open.

Het Japanse echtpaar rekende af (na enig gehannes met het vreemde geld dat ze eerst voor zich op tafel legden, waarna ze stapeltjes maakten tot ze het goede bedrag hadden bereikt) en verliet het restaurant. Ze werden door iedereen nagekeken: twee onaanraakbare mensen in een wereld vol varkensvlees en bier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s