Lezen: Ralf Mohren

Over De hemel is zwart vandaag van Ralf Mohren.

Wie naar de andere kant van de zee verhuist, verhuist niet van ziel (‘Caelum, non animum mutant, qui trans mare currunt’). Dat is een waarheid als een koe. Bedacht door Horatius die deze woorden geschreven had kunnen hebben naar aanleiding van de nieuwe roman van Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Het boek ‘gaat’ over de leraar Nederlands Arthur Poolman die aan het eind van de jaren negentig van de twintigste eeuw voor drie jaar naar Curaçao gaat en daar binnen twee jaar fiks verloren loopt. In ‘een web van drank, goedkope seks, ontworteling en waanzin’, zou een middelmatige recensent schrijven. Ik zou zeggen: Hij raakt van het pad en merkt dat hij zijn ziel in zijn thuisland (Nederland, Limburg) heeft achtergelaten en niet kan missen.

Beide formuleringen kloppen én doen het boek tekort. Het verhaal is er inderdaad een van ontworteling en (vlucht in de) waanzin, een Werdegang die de aloude vragen over afkomst en levenshouding wakker kust. Een typisch literair boek is dit, over de vraag ‘wie ben ik?’ Poolman probeert daar achter te komen door zich te verhouden met zijn afkomst, zijn studentenjaren in Utrecht, zijn (op sterven liggende) vader én de mensen die hij op het eiland ontmoet. Eén van hen is Ralph Veerman – een personage van wie het het hele boek door onduidelijk is of hij bestaat, of niet (de veerman van de Styx of een veerman in zee van drank, wat is hij?). Hij duikt af en toe op, neemt Poolman op sleeptouw en verdwijnt weer; en niemand behalve Poolman lijkt hem ooit te zien. Op bladzijde 139 zegt deze Veerman:

‘Laat zitten, Arthur. Gewoon laten zitten. Ik weet dat je heel veel vragen hebt. Waar ik ineens was, die avond in La Tasca, wat ik precies doe, wie ik ben, maar zeg nou eerlijk: is het belangrijk? Waarom ben je naar Curaçao gekomen, Arthur? Heb je daar ideeën over?’

Voor mij was deze onzichtbare, maar toch aanwezige Veerman de peper van het boek. Hij is de ‘echte’ variant van Tip Marugg, aan wie Poolman mooie brieven stuurt, en van de vader van Poolman, die in Limburg aan het sterven is. Poolman verstaat zich in dit boek (waarvan de titel verwijst naar een eclips en niet voor niets het negatief is van De morgen loeit weer aan) via die mannen met de werkelijkheid – en dat kost hem nog moeite genoeg. Mohren heeft die lijn heel knap, en tot het einde van zijn boek, volgehouden. Mohrens stijl, puntig en bij tijd en wijle geestig, houdt het geheel goed in de hand.

Wat op het oog een boek over het buitenland (ook al hoorde Curaçao toen bij Nederland) is, is dus een boek over vragen die iedereen, behalve mensen die geloven dat het niet nodig is om dat te doen, zich wel eens stelt. Waar ben ik? Wie ben ik? Waarom ben ik waar, en wie ik ben? In de literatuur is dat geen nieuwigheid. Toch zijn het vragen die steeds opnieuw moeten worden gesteld en die steeds in nieuwe verhalen moeten worden ondergebracht. Zonder die vragen geen verhaal, en zonder die verhalen komen die vragen niet voldoende aan bod.

Ik snap wel dat de literatuur het lastig heeft: op dit moment hebben de meeste romans iets weg van zelfhulpknutselboeken. De maatschappij moet worden gered, allerlei ‘actualiteit’ sijpelt in de teksten – het lijkt wel of de bewering van Harry Mulisch dat je in tijden van oorlog geen romans kunt schrijven als komedie is teruggekeerd. Mohren trekt zich daar weinig van aan. Dat zijn boek daarom weinig aandacht krijgt, is onterecht. Dat ligt aan ‘de’ literatuur en aan ‘de’ literaire kritiek. Een schrijver kan maar één ding doen: doorschrijven. Desnoods tegen de verdrukking in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s