Ik voelde mij volkomen rustig

In het voorjaar van 1893 maakte Willem Kloos, samen met Hein Boeken, een ‘grand tour’ door Italië. De grote dichter en zijn trouwe vriend hadden daarvoor reisdocumenten nodig. In de volgende week te verschijnen biografie – Willem Kloos (1859-1938) O God, waarom schynt de zon nog! – schrijven Peter Janzen en Frans Oerlemans hierover, zich baserend op wat Frans Erens in Vervlogen jaren noteerde: ‘In een grote vigilante reden Willem Kloos en Hein Boeken, onder de hoede van de jurist Frans Erens, naar het politiebureau. Erens zette daar een handtekening, waarna Kloos en Boeken hun reisdocument ontvingen. ‘‘Hoe is uw naam?’’ vroeg de commissaris aan Kloos.‘‘En de Uwe?’’ ‘‘Boeken.’’ ‘‘O,’’ zei de politiebeambte, ‘‘Boeken, Boeken, ik heb ook een heel stel boeken in huis.’’’ Doorgaan met het lezen van “Ik voelde mij volkomen rustig”

Het imaginaire vriendje van boer Riks en Je suis Olke

Sinds ik één (1) stukje schreef over Boer zoekt Vrouw gebeurt er elke zondagavond hetzelfde. Na de uitzending stijgen mijn kijkcijfers, ze gaan ‘door het plafond’ zoals WordPress het dan in een melding noemt. Mijn overpeinzing over de leuke trompettiste uit Limburg is met afstand het best bekeken bericht op mijn blog geworden. Boer zoekt Vrouw leeft op internet net zo hard als op de televisie. Doorgaan met het lezen van “Het imaginaire vriendje van boer Riks en Je suis Olke”

Waardoor smaakt wat de bakker maakt toch zo fijn?

Bij het lezen van dit bericht: ‘De verkoop van de margarine-producten mag historisch genoemd worden, want margarine was bij de oprichting de basis van het voedingsmiddelenconcern. Unilever komt voort uit een fusie van twee bedrijven: de Margarine Unie en de Britse zeepproducent Lever Brothers. Unilever heeft in Rotterdam een margarinefabriek.

In de winkel van mijn vader werd margarine verkocht. Margarine was boter. Roomboter werd ‘echte boter’ genoemd, in tegenstelling dus tot de industrieel geproduceerde margarine. ‘Afgewerkte motorolie’, noemde mijn opa het. En hij zat er niet heel ver naast, al vond ik het toch fijn smaken, voor een afgewerkt iets. Je had Zeeuws Meisje (‘geen cent te veel’), Blue Band (spreek uit Bleu Band, niet Bloe Bent) én Bona. De margarine werd verkocht in pakjes en in kuipjes. De keuze van een margarinemerk zei iets over het soort mens dat je was. Margarine was modern. Echte boter was oud, ouderwets. Doorgaan met het lezen van “Waardoor smaakt wat de bakker maakt toch zo fijn?”

Schrijversblok

Volgens mij heb ik een schrijversblok, en volgens mij is dat voor het eerst in mijn leven. Ik schrijf wel, maar ik heb geen idee wat ik schrijf en of wat ik schrijf vervolgens iets voorstelt. Ik ben net zo’n mimespeler die tegen een ‘glazen wand’ staat te duwen, maar die glazen wand bestaat dan niet, al heeft hij er heel veel last van. Is dit een metafoor? Ik hoop het.

Vannacht droomde ik dat ik thee ging drinken met Jan van Mersbergen. Jan zei me dat hij nooit thee dronk, maar voor mij een uitzondering maakte, vanwege het grote belang van ons gesprek. Hij zou me, zei hij, een paar tips geven waar ik ‘eindelijk eens iets aan had’. Mijn schrijverschap zou, na zijn ingreep, drastisch verbeteren. Jan wist dat hij daarmee een concurrent gelegenheid bood, maar hij zag dat door de vingers.

Gek genoeg zag Jan van Mersbergen eruit als Arnon Grunberg, op het haar na. Het haar was van Oek de Jong, dat wil zeggen: het haar was wat er over is van het haar van Oek de Jong. Ik zat in mijn droom gebiologeerd te kijken naar het haar van Oek/Arnon/Jan, totdat Jan zei: ‘Schrijvers die naar kapsels staren, zijn een vogel voor de poes.’ Ik droomde dat ik Jan daarna iets uitlegde over het surrealisme. Jan vond dat interessantdoenerij. Hemingway had ook nooit aan surrealisme geleden.

In mijn droom werd ik, nadat Jan eindelijk was opgekrast, vlak voordat ik ontwaakte bezocht door de dichteres Hadewych, die sprekend leek op Ilja Leonard Pfeijffer maar dan iets knapper. Ze aaide me over mijn hoofd en zei: ‘Een fles wijn, dat zou je goed doen.’

De geschiedenis van een vooroordeel: over Herman Koch

Ooit, in 1989, las ik Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch. Een leuk boek, hoe vreselijk dat ook klinkt: ‘Hoe was het boek?’ Ja, leuk.’ Ik herinner me dat er nogal wat te doen was om dat boek. Er was geloof ik zelfs tweespalt in de kritiek. Men vond het helemaal niks, of juist geniaal. Als ik het me allemaal niet verkeerd herinner, ik heb geen zin om het op te zoeken, was Piet Grijs een van de mensen die het een geniaal boek vond. Maar hij woonde ook in Amsterdam-Zuid, de gedoemde wijk waarin Koch zijn personages laat rondstrompelen, dus hij snapte precies waar het gemopper van de auteur zich op richtte: Doorgaan met het lezen van “De geschiedenis van een vooroordeel: over Herman Koch”