Stemmen in alle vroegte

Het voelt toch een beetje alsof je wordt betrapt in een bordeel, als je een kennis tegenkomt in het Stembureau. Mijn overkwam dat vanochtend, een kennis tegenkomen in het Stembureau bedoel ik. Ik had net het biljet in ontvangst genomen en wilde me terugtrekken in een van de hokjes. Het was erg druk, ook al was het heel erg vroeg, nog geen acht uur. We stonden een beetje te drentelen en spraken over van alles, behalve over de verkiezingen. Ik durfde niet te vragen op wie hij ging stemmen. Ik had hem ook niet durven vragen welke vrouw hij zou kiezen, als ik hem in een bordeel was tegengekomen. Wat overigens nooit is gebeurd. Ik ga vaker stemmen dan naar een bordeel. Doorgaan met het lezen van “Stemmen in alle vroegte”

Wat te stemmen? Citaat Houellebecq

In de laatste eeuwen van de menselijke beschaving, dat is een niet zo bekend maar veelzeggend feit, zag West-Europa bewegingen verschijnen met als inspiratiebron een merkwaardig masochistische ideologie, die ‘ecologisch’ werd genoemd hoewel ze maar weinig met de gelijknamige wetenschap te maken had. De bewegingen hamerden op de noodzaak om de ‘natuur’ te beschermen tegen de menselijke praktijken, en ze bepleitten de gedachte dat alle soorten ongeacht hun ontwikkelingsniveau evenveel ‘recht’ hadden om de planeet te bewonen, sommige volgelingen van die bewegingen leken zelfs systematisch partij te trekken voor dieren en tegen de mens, en meer verdriet te voelen bij het nieuws van het uitsterven van een ongewervelde diersoort dan bij dat van een hongersnood die de bevolking van een heel continent wegvaagde. Ons kost het tegenwoordig wat moeite om te begrijpen wat ze bedoelden met die begrippen ‘natuur’ en ‘recht’ die ze zo gemakkelijk hanteerden, en wij zien in die terminale ideologieën een van de bewijzen van het verlangen van de mensheid om zich tegen zichzelf te keren en een einde te maken aan een bestaan dat ze als ontoereikend ervoer. Michel Houellebecq, uit: Mogelijkheid van een eiland, Arbeiderspers, Amsterdam, 2005 Morgen is het zo ver.

Geschiedenis van de literatuur in Limburg

Het boek Geschiedenis van de literatuur in Limburg is zo groot en dik dat je er, als je goed mikt en een bepaalde hoek kiest, iemand in één klap mee kunt doodslaan. Het monumentale karakter van de uitgave, 20 centimeter breed en 27 centimeter hoog, straalt uit dat er wel iets bijzonders aan de hand moet zijn, met die literatuur in Limburg. Jammer genoeg weet je na lezing van alle 768 pagina’s nog steeds niet wát. Doorgaan met het lezen van “Geschiedenis van de literatuur in Limburg”

De vierde gek was geen goede acteur

Leven, lijden, schrijven – methode (Rester vivant, 1991) is een essay van Michel Houellebecq. Het gaat over, inderdaad, leven, lijden en schrijven. In afgemeten zinnen zet Houellebecq in veertien boekpagina’s zijn programma neer, een programma dat hij in zijn romans, vanaf De wereld als markt en strijd tot en met Onderworpen, woord voor woord heeft uitgewerkt. Het is de kiemcel van een met soms wurgende consequentie doorgevoerde poëtica. ‘Een dode dichter schrijft niet meer. Het is dus belangrijk dat u blijft leven.’ En vooral: ‘Naarmate u dichter in de buurt van de waarheid komt, neemt uw eenzaamheid toe. Het gebouw is prachtig, maar verlaten. (…) U zou rechtsomkeert willen maken, terug willen keren naar de nevelen van de onkennis; maar in uw hart weet u dat het al te laat is.’ Doorgaan met het lezen van “De vierde gek was geen goede acteur”

Octavie Wolters en Rob Kamphues

Vorige week las ik twee romans: Voorland van Octavie Wolters en Hoor je me van Rob Kamphues, een van de vele Bekende Nederlanders die door het schrijfvirus zijn aangetast. De uitgever van Kamphues noemt zijn roman ‘een psychologische roman, geschreven met een vaart en spanning die de lezer tot de laatste bladzijde niet meer loslaat.’ Dit is rijkelijk overdreven. De psychologie die de auteur bedrijft is van de koude grond, en de spanning is net zo groot als in Midsomer Murders. Er gebeurt, kortom, bijna niks in Hoor je me, al wordt er wel heel wat in het boek overhoop gehaald, omdat de auteur zich gedraagt als een jonge, overenthousiaste hond.
Doorgaan met het lezen van “Octavie Wolters en Rob Kamphues”

Nieuwe reeks voor De Titaan

Ooit schreef ik niet-recensies voor het prachtige blad De Titaan. Vier in totaal. Daarna schreef ik mooie, een beetje droevige artikelen over terecht totaal vergeten schrijvers zoals Tommy Wieringa. Ook vier in totaal. Daarna schreef ik even helemaal niets voor De Titaan. Vier keer. Maar nu ga ik wel weer schrijven voor De Titaan. Een reeks met als titel Twee verhalen over het leven, dat lang niet altijd meevalt. Het eerste nummer van wat helaas de laatste jaargang van De Titaan zal zijn, ik vraag me af hoe vaak ik in dit bericht nog De Titaan ga typen, verschijnt geloof ik ergens in mei van dit jaar. Als het goed is, hebben alle abonnees van het blad, De Titaan dus, na de vier nummers in totaal acht verhalen gelezen over het leven dat niet altijd meevalt. De eerste twee verhalen gaan over een gangbang in Bos en Lommer en over een droom, waarin Joubert Pignon en de abrikozenjam van Bonne Maman de hoofdrol spelen.

H.M. van den Brink over Bruna en Simenon

dick-bruna_t-is-weer-pocket-weer_1967_-copyright-mercis-bv-e1439202482929‘Een Maigret lees je dan ook niet op zoek naar de ontknoping, maar om het plezier van alles eromheen.’ Dat schrijft H.M. van den Brink in zijn column voor De Groene Amsterdammer van 1 maart. Dat klopt. Want in een Maigret is geen ontknoping. Een Maigret bestaat, zoals ik ergens schreef, alleen uit sfeer, met Maigret als de onbewogen beweger die alles, op den duur, voorziet. Van den Brink hééft het in zijn column over Simenon, en over Maigret, maar wil het éígenlijk hebben over de twee zielen die in de tekenaar Dick Bruna actief waren. Doorgaan met het lezen van “H.M. van den Brink over Bruna en Simenon”