In de Schrijverskalender van Paul van der Steen

schermafbeelding-2016-08-23-om-15-41-59‘Geniet 365 dagen lang van een literaire tekening van de hand van illustrator Paul van der Steen. Van W.F. Hermans en Sylvia Plath tot aan Gerard Reve, Connie Palmen, Philip Roth en Harry Mulisch: een gedetailleerd literair beeld van de afgelopen eeuw. De leukste wandvulling voor op de wc, op je werk, boven je bed of in het café!’ – De tevreden lezer zal op 3 september een fijne prent aantreffen waarop ik sta afgebeeld, nog met een contrabas voor me. Meer info over de fraaie kalender hier >> Doorgaan met het lezen van “In de Schrijverskalender van Paul van der Steen”

Regels zijn regels – een buurtfeest

Toen ik van de Albert Heijn kwam, was het buurtfeest al begonnen. Ik werd vriendelijk uitgenodigd om mee te doen, om wat eten en wat drank toe te voegen aan de grote hoeveelheid die al op de lange tafels stond en om me te mengen in de gezellige gesprekken. Met een smoes over drukte wist ik me te onttrekken. De katholieke jongen die ik ben voelde zich heel even schuldig. Waarom niet meegedaan? Wat is er nou tegen, tegen een gezellig gesprek met je buurtgenoten? Kun je de salade die je vandaag toch nooit op krijgt niet gewoon in een bak naast de andere salades zetten? En die flessen wijn die je meenam uit Frankrijk misstaan niet naast de flessen Wild Pig die deze week in de bonus waren. Doorgaan met het lezen van “Regels zijn regels – een buurtfeest”

Lezen (95, 2): Edward St Aubyn en Patrick Melrose

patrickmelrose(Een vervolg op dit stuk)

Nu ik alle romans over Patrick Melrose heb gelezen, probeer ik een gevoel van teleurstelling te verbergen. Wat begint met vuurwerk eindigt op enkele uitzonderingen na in gesputter. Hoewel er iets te zeggen valt voor de manier waarop St Aubyn de eerste drie romans ‘bekroont’ met twee ‘mindere’ boeken blijft het wringen. Waarom moeten Mother’s Milk (Moedermelk) en At last (Eindelijk) zo nodig volgen op Never mind (Laat maar), Bad news (Slecht nieuws) en Some hope (Wat heet hoop)? Waarom had St Aubyn meer succes met het wat humanistische, hier en daar ronduit zeikerige (al is het toch een goed boek, gek genoeg) Moedermelk dan met de meer bijtende eerdere romans?

Doorgaan met het lezen van “Lezen (95, 2): Edward St Aubyn en Patrick Melrose”

Lezen (96): Emile Verhaeren

emile_verhaeren01Wat er aan passionele liefde op kan vonken – honderd jaar na de dood van Emile Verhaeren

Dit artikel is verschenen in het meest recente nummer van Staalkaart.

Hij was Harry Mulisch, Hugo Claus en Philippe Sollers in één persoon verenigd. Hij was een Franstalige kosmopoliet die tijdens WO I Vlaming werd. Maar zijn Emile Verhaerens ‘monumentale, ongelezen woorden’ bestand tegen de 21ste eeuw? Doorgaan met het lezen van “Lezen (96): Emile Verhaeren”

Lezen (95): Patrick Melrose, iets of iemand worden

patrickmelroseEdward St Aubyn heeft met Patrick Melrose een ‘autobiografische’ hoofdpersoon op de wereld gezet, iemand die lijkt op hemzelf en die in de vijf romans die aan hem zijn gewijd een eigen leven krijgt, een leven vastgeklonken aan én los van auteur én van lezer. Dat Patrick tussen zijn vijfde en zijn achtste door zijn vader wordt misbruikt, bepaalt alles, het hele verhaal komt er als het ware uit tevoorschijn, ook al doet St Aubyn nog zo zijn best om van de reeks over zijn hoofdpersoon (en zijn familie) een grotere, meer omvattende familiegeschiedenis te maken. De romans zijn een afleiding van de kernproblematiek die St Aubyn heeft willen bezweren. Doorgaan met het lezen van “Lezen (95): Patrick Melrose, iets of iemand worden”

Carrefour XL en Évelyne Dhéliat

dheliatOp TF1 wordt het weer door drie presentatoren gebracht. De meest flamboyante aanwezigheid is Évelyne Dhéliat, een altijd goed geklede mevrouw die je het gevoel geeft dat het weer gemaakt wordt onder haar handen. Haar kledingstijl (altijd strak op het lichaam, altijd hoge hakken, vaak jurken net boven de adembenemende knieën, van welke de rechter soms koket een buiging maakt) is onderwerp van vele studies en van nationale debatten in Frankrijk. Ze is 68 en ziet er uit als ergens in de 40. Ze overwon een ernstige ziekte. Ze gaat als een wervelwind door haar ‘item’ heen. Miekel is een groot fan van haar. Iedereen in Frankrijk zit rechtop als ze begint met ‘mesdames et messieurs, bonsoir’, en blijft zo zitten tot ze eindigt met een welgemeend ‘à demain’, tenminste, als ze de dag erna moet presenteren. Zo niet, dan kondigt ze een van de twee andere, mindere, goden aan. Doorgaan met het lezen van “Carrefour XL en Évelyne Dhéliat”

Claire Chevrier en de werkelijkheid

In het Musée Nicéphore Niépce in Chalon-sur-Saône (groter en ‘beter’ dan FOAM in Amsterdam) hangt een prachtige foto, genomen door Claire Chevrier. Ik zou er uren naar kunnen kijken, als het museum niet af en toe dicht moet. De man op de foto combineert het vriendelijke van een uitgebluste waakhond met de moedeloosheid van de mens voor wie de moderne wereld net iets te snel evolueert. Hij is u, en (vooral) mij. Zijn blik op die (vijandige?) wereld voltrekt zich indirect; hij kijkt niet naar de fabriek (of wat het ook is) waarin hij zich bevindt, maar naar de schermen – die details van zijn omgeving weergeven. Doorgaan met het lezen van “Claire Chevrier en de werkelijkheid”

God zit binnen en is ver weg

mariachapaizeMijn hoofd zit vol met Frans. Ik denk in het Frans, ik droom in het Frans en als iemand me opbelt, heb ik de neiging Frans te gaan spreken. Gek word ik ervan. Als ik de volgende week terugga, zal ik opnieuw Nederlands moeten leren. Maandag koop ik in de dichtstbijzijnde stad een alpinopet en laat ik me een Ilja Gort-baard aanmeten. Dan ben ik de ultieme, belachelijke Nederlander, die een Fransman wil nadoen en die Frans spreekt als een buitenlander die Frans spreekt. Mijn Nederlands bestaat nog, maar wordt meer en meer aangevreten, verkruimeld, ingeklonken, uitgeloogd. Ik kan bijna niet meer schrijven. Doorgaan met het lezen van “God zit binnen en is ver weg”

Het licht in de basiliek van Vézelay

nonvezelayIn de basiliek van Vézelay liep een non. Een jonge vrouw met rood haar (zover zichtbaar) en sproeten. Haar kleed was wit en lichtblauw. Ze stofzuigde het altaar. Iedereen die passeerde, groette ze beleefd. Ik durfde haar niet te fotograferen. Pas toen ze wegliep, kon ik haar vastleggen. Ze is lid van de Gemeenschappen van Jeruzalem, las Miekel later in de Michelingids. ‘Ik zoek nooit, ik vind,’ zei hij, wat ik niet als humor opvatte, omdat ik geen humor heb. Ik stak een kaars op bij de heilige Theresia. Of dat geholpen heeft, moet nog blijken. Doorgaan met het lezen van “Het licht in de basiliek van Vézelay”