Nachtzuster Huppert

Gisteren zag ik Elle, de nieuwe film van Paul Verhoeven. Het was een festival van de gewone Verhoeveniana: seks, geweld, macht en overheersing. Verrassend, of zelfs spannend, werd het nergens, ook al had Verhoeven nog zo zijn best gedaan om zo veel mogelijk thrillerelementen uit de hoge hoed te toveren, van een in het donker tegen iemand opspringende kat tot de verkrachter die ineens in de achtertuin blijkt te staan. Verrassingen alom. Doorgaan met het lezen van “Nachtzuster Huppert”

Utrecht C.S.

vt65067-als-oe60-blnlichtenberg--197954Het nieuwe station in Utrecht is lelijk. Niet een beetje lelijk, maar echt lelijk. Van het golfplaten dak tot de merkwaardig-gekleurde vloer, alles doet er aan mee om het geheel een uitstraling te geven van een vliegveld in een ver en arm land, of van een crematorium in Albanië (van voor 1989). Het is nog niet af allemaal, maar de kans dat de lelijkheid na voltooiing ineens weg is, begint met de dag kleiner te worden. Doorgaan met het lezen van “Utrecht C.S.”

In een auto zitten

Ik droom dat ik in een auto zit. Leah en ik zijn op weg naar Bergen. Zij rijdt. Het is heel zonnig. Alles wat zich buiten de auto bevindt, lijkt overbelicht, alsof het er niet echt is, alsof iemand ons in een film heeft gezet; ik draai, als een gebedsmolen, mijn repertoire aan verhalen af. Leah let op de weg. Af en toe leg ik een hand op haar knie.

Doorgaan met het lezen van “In een auto zitten”

Alweer een uur

320px-HRH_Duke_of_KentEr kwam een man tegenover me zitten in de trein van Amsterdam naar Utrecht. Zijn gezicht had iets weg van een onopgemaakt bed, ongeveer zoals W.H. Auden er in zijn laatste jaren uitzag. Zijn kleding was van goede kwaliteit, maar enigszins versleten. Hij leek een adellijke heer die zich niet hoeft te bekommeren om uiterlijkheden. Alleen zijn schoenen, zwarte brogues, waren keurig gepoetst, al had hij de hakken een beetje scheefgelopen.

Doorgaan met het lezen van “Alweer een uur”

Een gebroken arm

AHI_434d50323233333734_1_200x200_JPGIn de Albert Heijn komt een meisje van een jaar of drie op me af. Ze beweegt haar rechterarm en zegt dan: ‘Mijn arm is gebroken.’ Ik lach. ‘Als je nog met die arm kunt bewegen, is hij niet gebroken.’ Ze laat zich niet van de wijs brengen: ‘De arm is gebroken. Ik ben net gevallen en toen gebeurde het.’ Gelukkig realiseer ik me net op tijd dat het geen zin heeft om een driejarige te bestoken met argumenten. Ik kijk om me heen en zie een bak waarin theedoeken liggen. Binnen een seconde of tien heb ik een van de doeken omgetoverd tot een mitella. Het meisje kijkt me tevreden aan. Doorgaan met het lezen van “Een gebroken arm”

Simenons genen

13407192_10209812387012778_4094882670406027303_nGisteren zat ik twee meter verwijderd van het genetische materiaal dat Georges Simenon (1903-1989) heeft overgedragen op zijn zoon John (1949). De zoon heeft de ogen van de vader. Mijn close encounter met het Simenoneske vond plaats in De Uitkijk, waar een voorvertoning was van het eerste deel van een nieuwe serie Maigrets die BBC One gaat uitzenden. Rowan Atkinson speelt de rol van Maigret, John Simenon is een van de producers; vanaf 1 juli is deel 1 te zien op Ziggo.

Doorgaan met het lezen van “Simenons genen”

Lezen (86): Jean-Philippe Toussaint

2G975Seks en voetbal hebben één ding met elkaar gemeen: het is erg moeilijk om er goed over te schrijven. De meeste literaire of semi-literaire boeken over voetbal verzanden in melancholie – oh, de fluwelen dribbels van Coen Moulijn, ah, de schaar van Piet Keizer – of in een zinsbouw en in een woordkeuze die veel wegheeft van het gestamel dat je in erotisch bedoelde boeken tegenkomt. Doorgaan met het lezen van “Lezen (86): Jean-Philippe Toussaint”

Lezen (85): Alfred Birney

573c2_9789044536447_cvr-184x299Voor het nieuwe nummer van Staalkaart schreef ik over De tolk van Java.

De Nederlandstalige literatuur heeft een zijtak die dreigt uit te sterven, die van de Indische literatuur. De ‘echte’ Indische Nederlanders sterven langzaam uit, alleen hun nazaten (grotendeels opgegroeid in Nederland) schrijven soms nog voort, en daarmee heeft Nederland zijn eigen postkoloniale literatuur. Een literatuur die klein is, maar een paar belangrijke namen opleverde. Alfred Birney is er daar een van. Doorgaan met het lezen van “Lezen (85): Alfred Birney”

Richtlijnen voor de jaarverslaggeving

Op de Vijverberg zat een knappe vrouw. Ze droeg een witte jurk en daaroverheen een paars vestje. Haar bruine haren had ze opgestoken, maar er waren een paar lokken die zich daar niets van aantrokken. De sneakers die ze droeg detoneerden nauwelijks. Ik ging niet te ver van haar vandaan zitten, want ik wilde zien welk boek ze aan het lezen was. Doorgaan met het lezen van “Richtlijnen voor de jaarverslaggeving”