Lezen (59)

Op 5 mei is in de Utrechtse buurt waar ik woon, Lombok, een vrijmarkt. Deze vorm van vuilnisuitruil roept een heel basale economie in het leven, voor één dag. De buurman verkoopt een plantenbak aan de overbuurman, die een doos vol schroeven terug weet te plaatsen. Allebei zijn ze twee euro rijker én armer. De som aan het eind van de dag komt uit op 0.

Het is boeiend om te zien hoe mensen voorbijtrekken, met hun net verworven schemerlampen, kinderbedjes, draaitafels en langspeelplaten. Tassen vol kleding worden, alsof het kostbare lading betreft, de wijk uit gekruid. Mensen raken bijna slaags om de computer (nooit mee gewerkt, altijd bij een oud vrouwtje gestaan, hoogstens een keer mee gegamed door een neefje) van 120 euro. Het naambordje van Dell valt er bijna vanaf, onder zoveel vocaal geweld. Doorgaan met het lezen van “Lezen (59)”

Lezen (58)

Het gebeurt me niet vaak dat ik hardop moet lachen om een gedicht. Gisteren, op Koninginnedag, las ik:

Clericum

Eerwaarde Heer Cardinael bewaart zijn sperma
in een glazen bokaal. Elke zondag vóór de mis
smeert hij een petieterig kwakje in zijn haar.

Voor haar, de Madonna met de omhaalschaal.

Hij die worstelt met geloften en verboden
klampt zich vast aan devotie en symbolen
de levenslang vanzelfsprekende plicht.

Spuit des avonds in haar engelengezicht. Doorgaan met het lezen van “Lezen (58)”