Weblog van Chrétien Breukers

In de metro (35): Claire Goll

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 20/03/2019

In de metro begin ik Alles is ijdelheid van Claire Goll voor de tweede keer te lezen. Afgelopen vrijdag had ik het voor het eerst uit. Daarna slingerde door mijn flat en zwierf het over mijn bureau op kantoor. Iemand heeft een post-it in het boek geplakt: ‘Hier beginnen’, gevolgd door een emoticon van een gezichtje met de tong half naar buiten. Ik kijk onder het gele blaadje en lees:

Ze bezat een hele verzameling zwepen, knuppels en karwatsen en naargelang de straf die ze in de zin had koos ze zorgvuldig wikkend en wegend een van die instrumenten uit. Dan volgde een verhandeling om de kwaliteit te roemen van het kweltuig dat ze voor mijn gezicht heen en weer zwaaide: ‘Hier heb ik een zweep met dunne en deugdelijk gevlochten riemen… Iedere millimeter van je huid zal de slagen voelen… Er zijn tenminste nog fatsoenlijke handwerkslieden met hart voor hun werk die het verschil tussen een zweep en een plumeau kennen… Maar je bent zo arrogant dat ik beter deze karwats kan gebruiken… In de kern zit een wilgentwijg, dan komen de slagen harder aan, dan striemt het meer… Misschien probeer ik ze wel allebei; dan kunnen we zien wanneer je het hardste loeit.’

(more…)

Rouw in Leaving Neverland

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 13/03/2019

Ik kijk naar Leaving Neverland en heb geen mening. Sterker: ik doe mijn best om geen mening te hebben. Het is allemaal al treurig en droevig genoeg zónder mijn mening. Tegen het eind van deel 1 komt een eenzaamheid aan bod waar mijn maag van samenkrimpt. De twee mannen die ooit door Michael Jackson zeggen te zijn misbruikt, vertellen over hun gevoelens toen ze werden ‘ingeruild’ of ‘gedumpt’. Van het ene moment op het andere waren ze plotseling niet meer de uitverkorene, werden ze opzij gezet omdat Jackson een nieuwe favoriet had, een ander mooie knaap. Dat zorgde, bij allebei de jongens, voor een vorm van rouw, liefdesverdriet. Een verdriet dat tegenwoordig nog steeds niet helemaal weg is. Hoe klein en jong ze ook waren, hoe absurd de situatie waarin ze zich bevonden ook was: ze leden omdat de persoon van wie ze allebei hielden hun op afstand hield, of begon te houden. Ze lijden nu ze volwassen zijn en erover vertellen onverminderd. Deze passage grijpt me aan. Het is een eenzaamheid die je je niet kunt voorstellen, als je haar zelf niet hebt doorstaan. Heel even wordt het verhaal echt ondraaglijk.

In de metro (34): Zdeněk Hřib spreekt

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 12/03/2019

Ik sta te wachten op de gele lijn. Iemand begint de praten over de intercom. In het Engels, dat wil zeggen: in het Engels dat Tsjechen soms spreken als ze denken dat ze Engels spreken. Het is een mooie dag, zegt de stem. Die de stem is van Zdeněk Hřib, de burgemeester, hij stelt zich netjes aan de wachtenden voor. Vandaag gedenken we dat twintig jaar geleden — en dan loopt de metro binnen en overstemt het lawaai de vreugdevolle gebeurtenis, alsmede de herhaling ervan in het Tsjechisch. Ik laat één trein lopen, in de hoop dat het nog een keer te horen is. Helaas. (more…)

Fragment uit Het laatste testament van Frans Kellendonk

Posted in Fragment, Fragment of citaat by Chrétien Breukers on 11/03/2019

Er verschijnen zo verschrikkelijk veel vervelende biografieën (hier een paar voorbeelden noemen) dat het boek Het laatste testament van Frans Kellendonk van Arie Storm, hoewel geen ‘biografie in de strikte zin van het woord’, positief opvalt. Het boek heeft een sympathieke omvang, 144 bladzijden, en benadert de in een levensbeschrijving te vangen schrijver en zijn werk heel origineel, je moet soms even denken aan het boek over Gogol van Vladimir Nabokov. Een schrijver, overigens, waar Frans Kellendonk niet zo van hield, en Arie Storm wel.

Het boek is misschien geen biografie, het is wel een biografische roman, of een roman met biografische elementen, – het is een tekst, zoals er in het begin, niet zonder huivering, wordt gesteld. Het woord tekst is na de jaren zestig en de nouveau roman, en na de structuralisten, een beetje in de verdomhoek terecht gekomen, wat ik persoonlijk jammer vind. Ik vind het wel een fijn woord, tekst. Het geeft een naam aan het experimentele en het onvoltooide, iets waar Storm zich op zijn minst toe aangetrokken moet voelen.

De echte vondst van het boek, waarop het geheel (de tekst) werd gebaseerd, is dat Storm de stem van Kellendonk reconstrueert. Hij laat de overleden schrijver tot ons spreken, in een biografie die zich als roman heeft vermomd, of andersom, en via de woorden die Storm aan het scherm toevertrouwt. De stem kan ook over Arie Storm spreken, uiteraard, wat een aantal interessante passages oplevert waarin Kellendonk vertelt wat Storm vindt van de stand van zaken in de Nederlandstalige literatuur. Er komen een paar vaste boksballen tevoorschijn (Arthur Japin natuurlijk, Saskia Noort, Adriaan van Dis…), er wordt gemopperd over schrijvers die het vak niet serieus genoeg nemen, er is, kortom, genoeg te genieten in deze ‘confrontatie’ tussen de dode Kellendonk en de springlevende Storm.

Ik had het boek tot nu toe overgeslagen, en weet niet meer waarom. Na lezing ervan had ik meteen zin om weer eens door het Het complete werk van Kellendonk te bladeren.

(more…)

Fragment uit: The Argonauts van Maggie Nelson

Posted in Fragment, Fragment of citaat by Chrétien Breukers on 10/03/2019

Maggie Nelson schrijft in alle genres, over alles. Ze beschrijft de manier waarop haar proza tot stand komt zo (in dit interview): Usually I do a lot of reading or research until something takes possession of me. I think of research like throwing lots of crap in a cauldron — bones, feathers, blood, everything — and turning up the heat: eventually it has to come to a boil. (Whether you make something edible is a different question.) Or, let me put it this way: Often a baby in a subway station will scream back at a loud train hurtling through. If you send a train of information hurtling through your brain often and fast enough, and if the train screeches loudly enough, you may eventually find yourself yelling back.

The Argonauts is een boek over een grote liefde, over het krijgen van een kind én over de grens tussen verschillende genders, een grens die diffuus is en op allerlei manieren kan worden overschreden. Daarnaast is het boek een ode aan de (feministische) literatuur. Ik heb nu drie boeken van Nelson gelezen, naast The Argonauts nog The red parts en Bluets. Alledrie boeken die je kijk op literatuur van het ene moment op het andere omgooien en toch helderder maken. Zó kun je dus, óók, schrijven. Schrijven alsof je leven en je lichaam ervan afhangen. Want zo is het, of hoort het te zijn. Nelson maakt in één klap een einde aan een heleboel van die fijnzinnige romans, ‘au fond dieppsychologische romans’ bijvoorbeeld, vol met verhalen, over ‘het oude Europa’- romans die bedoeld zijn om de lezer met zoiets als ‘empathie’ op te zadelen. Het proza van Nelson is het mes op de huid. (more…)

Het imago van Karl Lagerfeld – en carnaval

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 03/03/2019

Op Facebook zie ik een foto van mezelf, tijdens het carnaval van 1977. Ik ben de linkse rode pruik, de rechtse is mijn broer Eric. Het is het carnaval waarover ik in Een zoon van Limburg heb geschreven (zie hier voor het betreffende hoofdstuk). Kijkend naar de foto ben ik onmiddellijk terug op die plek. Het gebouw achter ons is het fietsenhok van de lagere school. De opening links geeft doorgang naar het speelterrein. Het gebouw en het speelterrein zijn verdwenen, net als de oude school, die in mijn jeugd nog een nieuwe school was. Er staan nu bejaardenwoningen. (more…)

In de metro (33)

Posted in In de metro by Chrétien Breukers on 01/03/2019

Ik probeer een boek te lezen in de metro. Het is geschreven door Richard Brautigan, heet An unfortunate woman en het is, net als alle andere romans van dezelfde auteur, een roman én geen-roman. De auteur breekt soms in in zijn boek, om commentaar te leveren op wat hij schrijft, en op het schrijfproces. Het verhaal springt van de hak op de tak, het ‘gaat’ over een auteur die in het huis woont waar een vrouw, waarschijnlijk een vriendin van de auteur, zich heeft opgehangen. En over een vrouw die aan kanker aan het sterven is, ergens, ver weg. (more…)

Karl Lagerfeld als vrouwenhater?

Posted in Dagboek by Chrétien Breukers on 24/02/2019

De verhouding tussen de seksen is een mijnenveld, en dan druk ik me nog eufemistisch uit. Wederzijds onbegrip is de benzine voor een over het algemeen eindeloze sleep aan misverstanden, zonder welke de hele voorstelling de moeite niet waard zou zijn. Stilstand is achteruitgang. Kijk maar eens goed naar stellen die al heel lang bij elkaar zijn: het schrijnende gebrek aan misverstanden (‘berusting’) heeft het licht in hun ogen gedoofd en de begeerte uit hun lijven gebrand. Het valt niet mee om levend te blijven. (more…)

Carnaval (uit: Een zoon van Limburg)

Posted in Boeken Chrétien Breukers by Chrétien Breukers on 24/02/2019

In maart 2014 verscheen Een zoon van Limburg. Daarin staat een hoofdstuk over carnaval, het feest dat het zuiden van Nederland dit weekend opnieuw treft. Hieronder het (bewerkte) hoofdstuk.

Voetnoot: sommige dingen veranderen, in vijf jaar. Ik zie dat ik het in mijn tekst over Mart Smeets heb, en wie weet nog wie dat is? Hij is van de televisie verdwenen, ook al leek hij decennia lang net zo hardnekkig als psoriasis of huidschimmel. Sic transit gloria mundi. (more…)

Teruggevonden gedicht uit 2018

Posted in Gedichten by Chrétien Breukers on 23/02/2019

Er zijn levens over. Ik ben tot eindeloos
herhalen van het eind bereid, maar in je lijf.
Je vlees en ik, wij gaan per dag het liefst een keer
of duizend dood, komen tot leven en vergaan.

Vergaan en komen overeind. Je slaat een laken
om je lendenen en loopt van bed naar keuken
en terug. In je rechterhand de fles, je linkerhand
gebald tot vuist. Ik hoor je ongemakkelijke gang.

Sla me maar. Ik voel je toch. Maak beide vuisten
vrij en ga tekeer tot je geen lucht meer hebt.
Ik krijg weinig blauwe plekken van een schim.

Er is geen schim en niemand heeft je ooit gezien.
Je ligt te knorren in ons bed. Je ademt opgelucht.
Er is nog zo veel over. Er is nog zo veel niet.

© Chrétien Breukers